Witte Bourke's Parkiet
Bij het uitvliegen was dit jong vrijwel geheel wit. Er was slechts een lichte vleugel tekening te zien. Kop, borst, buik en rug waren wit. De stuit was heel licht blauw. Deze variëteit is ontstaan uit een combinatie van drie mutatie factoren: de blauwstructuur factor (blauwe varieteit), een melanine reductiefactor (pastel varieteit) en de melanine distributiefactor (opaline variëteit) . Ik kweekte in vorige jaren enkele jongen in deze varieteit met een ander broedpaar. Deze jongen gingen dood. Steeds waren het de laatst geboren jongen in een nestje van vier. Nu heb ik meer geluk gehad. Uit een nieuw samengestelde broedpaar kweekte ik drie zeer lichte jongen en tevens een kobalt blauw jong. Ook hieraan heb ik een pagina gewijd.

Er is grote gelijkenis met de vogel, die jaren geleden door Klamant werd gekweekt. Dit voorjaar schreef ik hierover een artikel voor de Parkietensociëteit, dat binnenkort gepubliceerd zal worden. Een foto van de vogel van Klamant is bijgevoegd aan mijn artikel. Volgens hde kweker ging het witte jong na enkele weken dood. Daarom was ik bang voor een lethaal factor. Dit blijkt echter niet het geval te zijn. Ze zijn vrijwel door de rui, zonder problemen. Na de rui zijn de pigmenten , het bruin eumelanine en rood pigment bij mijn lichte jongen iets te voorschijn gekomen. Maar ook een licht blauwe rug- en stuitkleur. De vogels zijn nog steeds opvallend licht van kleur. De naam die ik gaf aan deze varieteit:: witte opaline-pastel is zeker passend. Ik hoop nu met deze vogels te kunnen kweken in het volgend broedseizoen

Copyright 2006, Bob Fregeres

24-09-2006

index menu