Analyse van kleurvariëteiten

Violet

Voor de succesvolle ontwikkeling van variëteiten zijn twee analyses nodig: een analyse van de mutatiefaktor ( onderdeel van het genotype) en een analyse van de kleuropbouw door pigmenten en struturen (onderdeel van het phaenotype). De kennis, die hiervoor nodig is, wordt verkregen door researchresultaten en de ervaring opgedaan door kwekers. Zo kunnen wetenschap en praktijk hand in hand gaan.

Mutatie faktor: De violet mutatie faktor vererft onvolledig dominant en wordt aangeduid met de code V. Het is een onafhankelijk verervende faktor. Dit betekent dat de violetfaktor op een ander chromosomen paar dan bv. de donkerfaktor. We onderscheiden een enkelfaktorige violet (code V) als de faktor op een van beide chromosoom ligt en een dubbelfaktorige Violet (code VV) als de faktor op beide chromosomen ligt.

Expressie van de violetfaktor: De violet mutatie bestaat reeds een aantal jaren maar bleef dikwijls onopgemerkt. Hoe kan dit? Het gaat toch om een dominante faktor, die dominant is over de wildkleur?

De dubbelfaktorige violet (VV) kan direkt tot expressie komen. De enkelfaktorige violet kan alleen tot expressie komen in kombinatie met een enkelfaktorige donkerfaktor (code VD). De donkerfaktor en de violetfaktor liggen op verschillende chromosomen. Men zegt dat een violet, die dubbelfaktorig is, een diepere violet veerkleur heeft dan een enkelfaktorige violet.

Voorwaarden: De expressie is afhankelijk van drie voorwaarden die samenhangen met de gehele erfelijke make-up van de vogelsoort of variëteit waarin de violetfunktie wordt ingekweekt.

1.Veertype: De expresssie van de violet faktor hangt samen met het veertype. Er zijn twee verschillende veertypen. Veren van het algemene type en veren van het strukturele type. De meeste parkietensoorten bezitten zowel veren van het strukturele type als veren van het algemene type. De violet mutatie is een mutatie, die de blauwstruktuur verandert in veren van het strukturele type. Door de violetfaktor treedt een sterke verandering van de veerbouw op. In veren van het algemene type kan geen expressie van de violetfaktor worden verwacht. De violetkleur blijft beperkt tot veervelden met de blaustruktuur. Kennis van het veertype van alle veervelden is nodig om een voorspelling te doen van de uitgebreidheid van de violet veervelden.

De Bourke's parkiet heeft veren van het strukturele type in een beperkt aantal veervelden. Deze veervelden zijn blauw. De Bourke's heeft geen groene veren. De valkparkiet heeft alleen veren van het algemene type. De kleuren: blauw en violet zijn niet mogelijk.

2. Ontbreken van geel pigment in de cortex: Als de veren van het strukturele type tevens geel pigment bezitten wordt er geen violetkleur zichtbaar. Dit is het geval bij groene veren. Het gele pigment in de cortex geeft, samen met de blauwstruktuur in de medulla, de veer een groene kleur. Dit is het geval bij heel veel parkietensoorten. Als het geel pigment verdwijnt wordt de veer blauw. Bij een groene parkietensoort zal zich eerst een mutatie moeten voordoen, die een totaalverlies van psittacine pigment veroorzaakt.

Opmerking: Bij de groene graspakiet noemt men deze mutatie de "blauw"faktor. Men zou beter kunnen spreken van "totaalverlies van psittacine" faktor. Dit is juister omdat deze term de aktie van de mutatiefaktor exakt weergeeft. Een ander, zeker zo belangrijk argument, is dat deze "totaal verlies van psittacine pigmenten" mutatiefaktor natuurlijk ook bij vogelsoorten voorkomt die niet blauw worden omdat veren met blauwstruktuur ontbreken, zoals de valkparkiet.

De wildkleur Bourke's parkiet heeft blauwe veervelden waar het psittacine pigment volledig ontbreekt. Hier is geen mutatie noodzakelijk die het psittacine pigment verhindert

3. Donkerfaktor: Is de violetfaktor enkelfaktorig dan komt deze, in een hemelsblauwe veer, nog niet tot expressie. Als een enkelfaktorige violet (V) wordt aangevuld met een donkerfaktor (D) dan kan de violetfaktor wel tot expressie komen. Hoe kan dit? De donkerfaktor verandert de blauwstuktuur. De doorsnede van de fijne kanaaltjes in de blauwstruktuur is smaller geworden, van 9 tot 6 micron. De violetfaktor verandert de blauwstruktuur ook, maar verandert ook de vorm van de veer. De enkele donkerfaktor in kombinatie met een enkele violetfaktor (DV) levert de noodzakelijke verandering van de blauwstruktuur en ook de vorm van de baard als geheel.

Konklusie: Bij de kweek van de violet moet met drie verschillende voorwaarden rekening worden gehouden: 1. De aanwezigheid van veren van het strukturele type, veren met blauwstruktuur. Hierbij gaat het om het verenkleed als geheel of een groter of kleiner aantal veervelden. 2. De afwezigheid van pigment in de cortex. De cortex moet volledig doorschijnend zijn. 3. De aanwezigheid van een donkerfaktor. Zowel de donkerfaktor als de violetfaktor veranderen de blauwstruktuur. Bij de enkelfaktorige violet dient de donkerfaktor als aanvulling.Bij de dubbelfaktorige violet komt de faktor direkt tot expressie.

Konklusie: De expressie van een mutatiefaktor is afhankelijk van de genetische make-up van de wildkleur of variëteit van een vogelsoort waar de faktor wordt ingekweekt.

Volledig violet verenkleed of een aaantal violette veervelden: Het verenkleed kan volledig violet zijn, zoals bij de halsbandparkiet . Als we de violet variëteit van diverse parkietensoorten nader bekijken zien we dat de meeste violetten slechts gedeeltelijk de violetkleur tonen. De grasparkiet heeft een witte kop, een witte bef met violetstippen en wit omzoomde vleugeldekveren. De witte kop en witte bef verloren het gele pigment. Ze bezitten geen veren van het strukturele type. Deze kunnen dus ook niet violet worden. De violette keelvlekken bij de grasparkiet zijn violet gebleven. Deze bestaan uit veertjes van het strukturele type, .zonder gele pigmentatie in de doorschijnend melkwitt cortex. Het voorbeeld van de grasparkiet toont aan dat de mogelijkheid van een violet kleur per veeerveld bekeken moet worden.

De Bourke's parkiet. Bij groene vogels dient aan alle drie de voorwaarden te zijn voldaan wil de violetfaktor tot expressie komen. Bij de Bourke's parkiet die geen groene veren bezit moeten twee voorwaarden vervuld zijn: Veren van het strukturele type en de aanwezigheid van de donkerfaktor. De Bourke's wildkleur heeft een aantal veervelden die blauw zijn. Deze hebben geen geel pigment. Hier kan dus de violet faktor tot expressie komen.

Veerbouw van de violet

De violetfaktor brengt veel grote veranderingen van de veerbouw met zich mee. Op de tekening van L.Auber is dit goed te zien.

De doorsnede van de violette baard is veel ronder dan normaal. Dit vergroot het oppervlak waardoor veel meer licht wordt teruggekaatst. Daarom heeft een violette veer zo'n prachtig stralende kleur. De cortex is breder. De cortex bevat geen pigment en is doorschijnend. De gehele opbouw van de medulla is zeer regelmatig. Er zijn heel veel kleine vacuolen in het centrum van de medulla, die in cirkels zijn gerangschikt. Rond elke vacuool is een gesloten laag van staafvormige eumelanine korrels. Deze zijn regelmatig gerangschikt. Er zijn een geringer aantal cellen in de medulla te onderscheiden met daarin de buisvormige kanaaltjes van de blauwstuktuur.

De violet faktor van de Bourke's parkiet

De violetfaktor komt uitsluitend tot expressie in de blauwe veervelden. Bij de Bourke's zijn dit: de schouder, de vleugelbocht, de onderstaart dekveren, de broek, de buitenste staartveren en de ondervleugeldekveren. De hoofdkleur van de Bourke's is bruin door een overmaat aan bruine eumelanine. De rose veerkleur in borst en buik is gebaseerd op veel rood pigment gemengd met een weinig geel pigment. De veervelden zijn buik, borst en kop en nekveren. De meeste veervelden bezitten veren van het algemene type. Een aantal veervelden zijn blauw. Het betreft de voorhoofdsband bij de man, de schouder en de buitenvlaggen van de vleugel, De buitenvlaggen van de staart,, de dekveren van de ondervleugel, de broek en de dekveren van de onderstaart. Hier gaat het om veren van het strukturele type.

Konklusie: In de blauwe veervelden kunnen de donkerfaktor en de violetfaktor tot expressie komen. Een faktor die verlies van alle psittacine pigment bewerkstelligt is hiervoor niet nodig. Voorwaarde 2 is al vervuld. Deze blauwe veervelden bezitten geen psittacine pigment Voorwaarde 3 is de aanwezigheid van een donkerfaktor. De donkerfaktor veroorzaakt kobaltblauwe veren in genoemde veervelden. Bourke's met donkerfaktor en violetfaktor bestaan reeds een tiental jaren.

Verkeerde verwachtingen: Een grijs front: Als de verliesfaktor van psittacine pigment zou optreden ontstaat een witte buik,, een lichte borst en kop met bruine golfjes. Sommige kwekers verwachten een grijze borst. De kleur grijs is het resultaat van een aparte mutatiefaktor, de grijsfaktor. Deze faktor vernietigt, in een veer van het strukturele type, de opbouw van de medulla en de blauwstruktuur. Hierdoor worden de vacuolen vervormd, de blauwstruktuur wordt vernietigd, de celstruktuur verbroken. De eumelanine korrels liggen willekeurig verspreid in de medulla. Deze faktor kan alleen tot expressie komen in veren van het strukturele type.


Enkele recente foto's van variëteiten in de violet reeks: De violet-wildkler, violet-pastel Stuk voor stuk bijzondere variëteiten.

Violet-wildkleur

Violet-wildkleur man

Violet-wildkleur rugzijde

Violet-wildkleur stuit


Violet-pastel

Vleugel van de Violet-pastel


index menu

Copy right 2009 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@fortis.nl

10/4/09

Bob Fregeres

10/4/09