De blauwe Bourke's parkiet
Ontwikkeling van de blauwe Bourke's parkiet

Uitgangspunt: Het uitgangspunt voor de ontwikkeling van variëteiten is het geheel van erfelijke eigenschappen van de wildkleur Bourke's en de mutaties die op kunnen treden of al opgetreden zijn.

Beschrijving van het bezit van pigmenten en strukturen van de wildkleur Bourke's:

De Bourke's parkiet is een bruine vogel met een rose front. Hij is enig in zijn soort. Het voornaaamste pigment van de Bourke's is het bruine eumelanine. Dit bevindt zich in alle veervelden. Rode en gele psittacine pigmenten bevinden zich in de borst- en buik bevedering Ook de kop en de nek zijn rose. Het rode pigment heeft in deze veervelden de overhand. De kombinatie van rood en bruin pigment geven het front en de kop de kenmerkende rose kleur. De meeste andere veervelden bestaan uit veren van het algemene type zonder blauwstruktuur. Deze zijn bruin. Er zijn enkele veervelden die veren, of gedeelten van veren bezitten van het strukturele type. Dit betreft het voorhoofd (alleen bij de man), de schouderbocht, buitenste vleugelrand, buitenste staartpennen, de dekveren van de ondervleugel en onderstaart. Deze veervelden zijn blauw. Ze hebben geen geel pigment. De Bourke's heeft geen groene veren.


Totaal verlies van melanine pigment

Een van de meest spectaculaire mutaties bij de Bourke's was het gevolg van totaalverlies van melanine pigment. Deze mutatie heeft zich voorgedaan in 1990. Als het eumelanine verdwenen is, bepalen psittacine pigmenten rood en geel het totaalbeeld. Dit is gebeurd bij de lutino Bourke's.


Totaal verlies van rood en geel pigment

Ook psittacine pigmenten kunnen totaal verloren gaan. Deze verliesmutatie wordt de blauwmutatie genoemd. De blauwfaktor is bij de Bourke's nog niet opgetreden. Een voorspelling van het uiterlijk van deze mutant is eenvoudig te geven. Het zal geen spectaculaire variëteit opleveren.

Bij totaalverlies van rood en geel pigment bepaalt het bruine eumelanine het totaalbeeld. De rode en gele pigmenten in front, kop en nek gaan verloren. De rose kleur van borst buik en kop wordt lichtbruin, afhankelijk van de hoeveelheid eumelanine. De buik wordt lichter bruin dan de borst omdat zich daar weinig eumelanine bevindt. De rest van het verenpak is bruin, met uitzondering van de blauwe veervelden. De blauwe veervelden blijven ongewijzigd. Het resultaat zal een bruine vogel zijn met enkele blauwe veervelden.

Omdat er in de nieuwe "Standaard Neophema en Neopsephotus", die dit jaar is uitgekomen, duidelijk rekening wordt gehouden met deze toekomstige verliesmutatie van het rode en gele pigment, lijkt het zinvol enige aandacht te schenken aan de naam van deze mutant. De naam voor deze mutant, zoals vermeld in de nieuwe Standaard Neophema en Neopsephotus bourkii, is Blauwe Bourkeparkiet.

  • Opmerking: De namen Blauwmutatie en Blauwfaktor voor deze bruine varieteit zijn voor kwekers, die gewend zijn naar kleuren te kijken, zeer verwarrend. De nieuwe variëteit heet dan blauwe Bourke's. Deze zal bruin zijn, bruiner dan de wildkleur. De kweker moet zich dan bewust zijn dat de Kommissie, die de nieuwe Standaard samenstelde, niet uitgaat van de veerkleur maar van de naam van de mutatiefaktor.
  • Het klinkt ons wat vreemd in de oren dat een bruine Bourke's varieteit blauw wordt genoemd. Maar de Kommissie is consequent. De naam Blauw is ontleent aan de mutatiefaktor van de groene grasparkiet. Als geel pigment totaal wegvalt ontstaat bij de groene grasparkiet een blauwe variëteit. De blauwstruktuur bepaalt dan de kleur. Naar mijn mening was een toelichting in de Standaard op zijn plaats geweest om verwarring bij kwekers te voorkomen.
  • Opmerking: De Kommisie verwacht een grijswitte borst bij Bourke's met deze blauwfaktor. Grijs is een mutatie van de veerstruktuur. Hierbij wordt de blauwstruktuur van veren van het strukturele type zo verstoord dat een blauwe veerkleur niet meer mogelijk is. De grijsmutatie heeft alleen effect op veren van het strukturele type. Beckmann schrijft in de vorige Standaard (1973) dat borst en buik van de Bourke alleen veren van het algemene type bezitten. Als een grijsfaktor ontstaat zal deze geen effect hebben in de veervelden van borst en buik.

Uitbreiding van veervelden met veren van het strukturele type:

Er bestaat een blauwe Bourke's variëteit sinds de jaren '90. Een foto van een van mijn Bourke's laat het effect zien van de mutatiefaktor op het verenkleed van kop, boven-en onderrug en staart en een een deel van de vleugels. De mutatie die hiervoor verantwoordelijk is, is de blauwstruktuur faktor. Het effect van deze faktor is de verandering van veren van het algemene type in veren van het strukturele type. Dit is uniek in de mutaties van de parkietensoorten.

.

Discussie:

In de nieuwe "Standaard Neophema en Neopsephotus 2009" wordt het bestaan van een blauwe variëteit ontkend. Daarom leek het mij goed een foto te tonen en een aantal mogelijke vragen te stellen en te beantwoorden.

1. Berust de blauwe variëteit op een erfelijke faktor?

  • Dat het gaat om een erfelijke faktor is eenvoudig aan te tonen. Verandering van veerstruktuur is een zeer complex gebeuren. De blauwe variëteit wordt sinds vijftien jaar met succes gekweekt. Dit is onmogelijk zonder een genetische verandering.De blauwstruktuur-faktor is uitstekend te kombineren met veel andere mutatiefaktoren. Hierdoor ontstonden nieuwe varieteiten. Ook dit kan niet zonder het bezit van een erfelijke faktor. Bij een modificatie is dit volstrekt onmogelijk

2. Wordt de verandering van de veerstruktuur beïnvloed door de opalinefaktor?

De verandering van de veerbouw is niet toe te schrijven aan de opaline faktor Het is interessant te vermelden dat dr. Terry Martin, in zijn boek "A guide to Colour mutations and Genetics in Parrots" schreef dat "de opaline faktor de distributie van pigmenten beïnvloedt maar geen effekt heeft op strukturele kleurvorming".(pagina 252)

3. Hoe ontstaaat de blauwe opaline?

Hier gaat het om twee verschillende faktoren: De opaline faktor beinvloedt de distributie van eumelanine. De melanine in de cortex valt weg en wordt verplaatst naar de medulla, de veerkern Hierdoor ontstaat een pigmentloze cortex..

De blauwstruktuur-faktor veroorzaakt een complete verandering van de veerbouw. Als de cortex geen pigment bevat wordt de kleur bepaald door de blauwstruktuur. En ontstaat een blauwe veer.

De opalinefaktor en de blauwstruktuur-faktor zijn onafhankelijk verervende mutatiefaktoren. De blauwe opaline is een combinatie van deze twee mutaties.

4. Hoe ontstaat de groene opaline?

Als de cortex van een veer van het strukturele type geel pigment bevat, ontstaat een groene veer door samenwerking van geel pigment in de cortex en blauwstruktuur in de medulla. Er bestaat sinds enkele jaren een groene en een donkergroene varieteit.

5. Moet bij een blauw opaline Bourke's alle rood en geel pigment verdwenen zijn?

Sommige mutaties van de Bourke's werken in alle veervelden. Enkele voorbeelden zijn: geelpastel en lutino. Er zijn veel mutaties, die werken in enkele veervelden, zoals de bont mutatie, de opaline mutatie, de gezoomde mutatie etc. De blauwstruktuur-mutatie is geen verliesmutatie van het psittacine pigment en kan ook niet beoordeeld worden op rode of gele veren.

6. Waarom wordt in de nieuwe standaard dit dan als eis gesteld?

De opvatting van de Kommissie dat alle psittacine pigment verdwenen dient te zijn berust op een hardnekkig misverstand. De naam blauwfaktor wekt een verkeerde verwachting. Deze naam is in feite alleen van toepassing op groene vogels, Deze zo genaamde blauwfaktor is een verliesmutatie van alle rood en geel pigment. Deze veroorzaakt een bruine varieteit. zonder psittacine pigment en zonder uitbreiding van de veerstructuur maar zal nooit een blauwe variëteit opleveren.

7. Is namsverwarring te vookomen?

Ja, het is zelfs vrij eenvoudig. Er moet een duidelijk onderscheid worden gemaakt tussen mutatiefaktor en variëteit. De naam blauwfaktor berust op het totaal verlies van rood en geel pigment. Dit geeft een bruine variëteit. De naam blauwstruktuurfaktor berust op verandering van veren van het algemene type in veren van het strukturele type. Dit geeft een blauwe variëteit. Als men mutatiefaktor en variëteit door elkaar haalt ontstaat naamsverwarring.

8. Wat zijn de toekomstmogelijkheden van de blauwstruktuur mutatie?

De faktor is met veel andere faktoren te combineren. Ik noem slechts een aantal variëteiten: groen, donkergroen, lichtgroen pastel, lichtblauw pastel, violetblauw etc.


De blauwe varieteit als begin

van een hele reeks nieuwe varieteiten van de Bourke's parkiet

De blauwstruktuurfaktor bij de Bourke's is een unieke mutatie, die tot dusver bij geen andere parkietensoort is voorgekomen.De kombinatie van de blauwstruktuur-faktor met andere mutatiefaktoren bracht veel nieuwe varieteiten. En er zijn nog veel nieuwe variëteiten te ontwikkelen. De kombinatie van drie faktoren, donkerfaktor . blauwstruktuur-faktor en violetfaktor zal een Bourke's varieteit brengen, die een violette versie is van de huidige blauwe Bourke's. De kombinatie met de pastelfaktor bracht de lichtblauwe geelvleugel Bourke's. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. Het blijkt in de praktijk dat de blauwstruktuur faktor zich uitstekend laat kombineren met andere mutatiefaktoren. Een uitbreiding van de veervelden met blauwstruktuur heeft de aanzet gegeven voor vele, totaal nieuwe kleurvariëteiten. Mijn website heb ik in de loop van zes jaar geschreven, voorzien van uniek fotomateriaal van nieuwe Bourke's variëteiten.


index menu

Copyright 2009 van B.Fregeres

E-mail adres: fregeres@telfort.nl

10/25/09