Case studie gezoomd.

Beschrijving

De eerste gezoomde Bourke werd in Nederland gekweekt door Beurskens in 1967 (zie de onderstaande dubbelfoto). Het is een forse man met een gemengd geel en rood vleugeldek, rug en stuit. De staart is grijswit. Het melanine is in deze veervelden voor een groot deel verdwenen. Slechts de uiterste punten van de vleugelveren en vleugeldekveren zijn donker. Ook de blauwe kleur is grotendeels verdwenen. De oorzaak hiervan is, dat de blauwstructuur niet tot uiting kan komen door het melanine verlies. Alleen de schouder vertoont nog wat blauw. De staartveren zijn grijswit en hebben donkere punten. Ook de staartveren missen het eumelanine behalve in de veertoppen. De dekveren van de onderstaart zijn wit i.p.v. blauw. De kop is donker. De ogen zijn zwart.

Ontwikkeling

Beurskens kweekte deze gezoomde uit twee, niet verwante, wildkleur Bourke’s. Toen Beurskens in 1980 stopte met de kweek heb ik enkele van zijn gezoomde Bourke’s kunnen kopen. De oude gezoomde man uit 1967 wilde ik graag overnemen omdat ik me hiermee een goed beeld kon vormen van de nieuw kleurvariëteit. Verder verkreeg ik een citroengele gezoomde pop uit 1976. Het vleugeldek van deze pop vertoonde geen rood. Ook kocht ik enkele splitten. Ik kreeg een deel van zijn kweekadministratie mee. Toen ik de vogels ophaalde, met een huurauto, kreeg ik in Sittard een aanrijding bij een kruispunt. Een slecht voorteken? De zijkant van de auto zat in elkaar, maar ik kon nog verder rijden. De kofferbak, waarin de vogels zaten, was gelukkig niet gekraakt. De Bourke’s hadden het zonder problemen overleefd. Op grond van de kweekadministratie, die door Beurskens zeer overzichtelijk en compleet was ingericht, kon ik de afstamming van de vogels, die ik had gekocht, precies reconstrueren.

Afstamming

Betekenis van cijfers en symbolen. Symbool 0X en 0Y zijn onverwante Bourke's. De andere vogels, aangeduid met jaartal en ringnummer, zijn gekweekt door Beurskens.

Grootouders: Broedpaar 1961-016 x 1962-0X. Dit waren beide wildkleur vogels. De man was eigen kweek, de pop was niet verwant en in de buurt aangekocht.

Ouderpaar: 1964-07 x 1963-0Y . Ook dit paar was onverwant samengesteld. De man was eigen kweek, de pop aangekocht.

Gezoomde man: 1967-24 . De eerste gezoomde was een man.

Gezoomde pop: 1976-01. De gezoomde man werd gekoppeld aan 1966-04, een wildkleur pop, die uit dezelfde grootouders was geboren en dus verwant was. Uit deze combinatie ontstond een wildkleur man 1969-06. Deze werd gekoppeld aan 1968-11 een pop die werd geboren uit hetzelfde ouderpaar waaruit de gezoomde stamde, een zus van de gezoomde. Ook deze combinatie bracht een gezoomde pop 1976-01.

De eerste veertien jaar, die Beurskens met deze kleurvariëteit kweekte, werden er slechts weinig gezoomden geboren. Het eumelanine verlies in de rugzijde van het verenpak bleek sterk variabel te zijn. Er zijn gezoomden met weinig eumelanine (sterk gezoomd) maar er zijn ook gezoomden waar veel melanine behouden blijft (zwak gezoomd). Er zijn jongen bij die sterk op de wildkleur lijken maar toch te herkennen zijn aan de primaire vleugelveren. Deze zijn grijsbruin met verlies van melanine aan de randen van de veer, maar met behoud aan eumelanine in het centrum. Het patroon van fijne grijze streepjes in de vleugelveer is karakteristiek voor de gezoomde.

Mijn eigen kweekervaringen stammen uit twee perioden. Na de aankoop had ik weinig geluk met de vogels. De vogels van Beurskens waren jarenlang binnen gekweekt. Het was zomer, dus had ik ze buiten gehuisvest met een beschutte binnenruimte. De twee gezoomden bleken niet sterk te zijn. De man was te oud om mee te kweken. Ik had hem gekocht om een goed beeld van de mutatie te verkrijgen . De pop ging dood zonder gezoomde nakweek te geven. Van de splitten kreeg ik nakweek, maar geen gezoomden. In verkocht in 1984 het laatste paar splitten dat ik bezat aan Paters. Deze had wel geluk. Uit dit paar werden enkele gezoomden geboren. Hiermee was de mutatie in Nederland behouden. Na enkele jaren kon ik enkele gezoomden weer kunnen overnemen. In de tweede periode had ik wel resultaat en leerde de verschillende variatievormen van de gezoomden kennen.


Mutatie factor

Uit al de gegevens over de ontwikkeling kunnen een aantal belangrijke conclusies worden getrokken t.a.v de mutatie factor.

1. Het was geen modificatie, op grond van voedseldeficiëntie of iets dergelijks. De later geboren gezoomden vertoonden identieke trekken, met een vrijwel volledige uitval van het eumelanine in de rugzijde, maar met eumelanine in de donkere veerpunten.

2. De eerste gezoomde was een man. Het kon dus niet gaan om geslachtsgebonden vererving.

3. In ‘76 werd een gezoomde pop geboren uit wildkleur ouders. Het kon dus niet gaan om dominante vererving, want een tweede identieke mutatie moet uitgesloten worden geacht.

4. De vererving moet recessief zijn.

5. De gezoomde factor (M-factor) vererft onafhankelijk van de psittacine pigment factoren (P-factor). De eerste gezoomde man was op de rug geel en rood. De eerste pop had een geel rugdek, zonder rood.

Uit de kweek bleken nog enkele andere kenmerken:

6. Het merkwaardige feit dat er meer sterk gezoomde mannen dan poppen worden geboren. Ongeveer in de verhouding vier staat tot een. Dit verschijnsel wordt wel predominantie genoemd.

7. De aantallen gezoomden die werden gekweekt zijn geringer dan op grond van recessieve vererving verwacht kan worden. Misschien gaat het om een meervoudige factor.

Naamgeving van de mutatie factor : De oorzaak is de verstoring van de productie en afzetting van het melanine. Van Eerd gaf in een lezing een mogelijke verklaring van het merkwaardige feit, dat de veertoppen wel melanine krijgen, maar de rest van de veer vrijwel niet. Hij veronderstelde dat in het begin te snel en teveel eumelanine wordt geproduceerd, zodat dit niet meer kan worden afgevoerd door de dendrieten. De productiecellen gaan stuk en kunnen daarna geen melanine meer afzetten. Treedt dit vroeg in de veervorming op, dan is het resultaat een sterk gezoomde. Treedt het later op dan is de Bourke weinig gezoomd. .

De mutatie factor is een M-factor. Omdat de productie en afzetting van het eumelanine plotseling wordt onderbroken spreek ik van interruptie (M-i factor). Deze geeft naam geeft m.i. het beste weer welke functie verandering plaats heeft gevonden. De eumelanine productie en afzetting wordt plotseling afgebroken. Hierdoor heeft alleen in het begin van de veergroei een normale of sterkere melanine afzetting plaats.


Kleurvariëteit.

Spangle? In het begin werd deze kleurvariëteit van de Bourke spangle genoemd naar de mutatie van de grasparkiet waar hij, globaal gezien, op lijkt. Spangle (Engels)=lovertje, spangled (Engels) = met sterren bezaaid. Een poëtische naam. Deze naam is niet te gebruiken omdat het niet om dezelfde mutatie gaat. De wijze van vererving is anders. De spangle vererft dominant. De gezooomde vererft recessief. De gelijkenis van de gezoomde met de spangle blijkt bij preciese waarneming slechts oppervlakkig.

In de dekveren op de foto is duidelijk te zien dat het hier niet om een omkering gaat, zoals bij de spangle grasparkiet. In de wildvorm Bourke is de rand van de dekveertjes altijd lichter dan de kern. Dit is ook zo bij de gezoomde. Er vindt geen omkering plaats. Wel is er een zeer gering overblijfsel van melanine in de rand van het dekveertje. Dit is niet zo duidelijk waarneembaar omdat de rand altijd al minder melanine had dan de kern van de dekveer. De kern van de veertjes en de veerschackt is echter donker. Verder valt een sterk verlies van melanine op in de hele veer.

Melanine patroon: Als we de vleugel van een gezoomde vergelijken met de wildkleur zien we dat heel veel melanine is verloren gegaan. Als we letten op de primaire vleugelveren zien we dat de punten van de veren donker zijn gebleven, de rest van de veren is grijswit. Niet alle melanine is verloren. Het valt op dat in de veerschachten melanine aanwezig is. Ook de parallelle ligging van de baarden is te herkennen in de vorm van grijsbruine streepjes. In de dekveren zien we hetzelfde basis patroon. Dit wil zeggen dat het gaat om een plotselinge overgang van veerdelen met pigment naar veerdelen zonder eumelanine.


Op de bovenstaande foto is heel duidelijk te zien hoe de veerpunten van de vleugelveren de vleugel dekveren samen een patroon vormen. Ook de melanine resten in de veerschachten dragen hiertoe bij. Bij de kleine dekveertjes zijn de kernen iets donkerder. Het bont patroon is regelmatig. Veel kwekers hebben geprobeerd zo veel mogelijk melanine weg te kweken. De mooiste gezoomde vind ik echter de gezoomde met een duidelijk patroon van donkere stippen op een licht verenkleed. Dit is echter moeilijk vast te leggen.


Naamgeving van de kleurvariëteit: Het gevolg van de mutatie factor is een regelmatig en karakteristiek eumelanine patroon. Dit noemen we gezoomd. We kunnen de term gezoomd zien als aanduiding van de kenmerken van het eumelanine, evenals de termen cinnamon, fallow, pastel en opaline. De meeste gezoomden zijn geel. Geel is de referentie kleur. Geel gezoomd is een goede naam voor deze kleurvariëteit. Er zijn zwak en sterk gezoomde variëteiten. Een mooi voorbeeld is te zien op de foto's van een sterk gezoomde Bourke, die ik fotografeerde bij Besters. Er zijn echter ook andere kleurvariëteiten, zoals de gele met rode waas, de abrikoos gezoomde, die Caspers ontwikkelde. De M-i factor beïnvloedt de psittacine pigmentvorming niet. Wel maakt hij door het verlies van eumelanine de aanwezige psittacine pigmenten zichtbaar.

Sterk gezoomd

De naam gezoomd is in Holland ingeburgerd en geeft het karakteristieke eumelanine patroon goed weer. In Duitsland wordt de term gezoomd vertaald met Gesäumt. In het Engels zou de vertaling edged kunnen zijn. Edging (Engels)= afzomen. Edged=met rand.


Combinaties

De M-i factor kan goed worden gecombineerd met andere M-factoren die pastel, fallow of opaline kleurvariëteiten veroorzaken. De pastel combinatie werd gebruikt om de kop lichter te maken en de veerpunten op te bleken. De rode pastel werd gebruikt om de abrikoos te kweken.


index menu

Copyricht 2003 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@bourkes-parakeet.nl

02-01-2004