Case study van de blauwe en groene Bourke’s parkiet

Mijn eerste blauwe Bourke’s werden geboren in 1997. Ik kweekte verschillende kleurvariëteiten van de Bourke gedurende dertig jaar maar de blauwe Bourke is voor mij de meest interessante kleurvariëteit. Er werden twee blauwe poppen en een split man geboren uit een paar normaal uitziende rose Bourke. Reeds eerder, in ‘73, had ik Bourke’s aangekocht die extra blauw in het verenkleed vertoonden, maar hieruit was nooit een echte blauwe te voorschijn gekomen. Ik was, gedurende meerdere jaren, bezig een stam op te bouwen van deze mooie en onverwachte kleurvariëteit van de Bourke. Ik gebruikte hierbij de beide ouders en niet verwante wildkleur vogels. De vererving bleek recessief te zijn.

Verwachting: De meeste vogelliefhebbers verwachtten, dat een echt blauwe Bourke niet mogelijk was, omdat de Bourke geen groen verenkleed heeft. De wildkleur Bourke heeft zelfs geen enkele groene veer in het gehele verenpak. Het grootste deel van het verenkleed, zoals de nek, de rug, deel van de vleugel en de staart, hebben geen blauwstructuur. In alle tot dusver bekende mutaties van papagaaien en parkieten wordt de blauwe kleur veroorzaakt door een volledig verlies van de rode en gele pigmenten. Groen wordt blauw. Deze mutatie van rode en gele pigmenten is bij de Bourke nog niet voorgekomen. En de verwachting is, dat als hij optreedt, er een kleurvariëteit zal ontstaan, die nog meer bruin is gekleurd dan de wildkleur. Dit is de reden dat een blauwe Bourke een onmogelijkheid leek.

Verrassing: Het was een echte verrassing deze zeer afwijkende kleur voor de eerste keer te zien. De onderstaande foto uit 1997 toont rose opaline vader en blauw opaline dochter. Een zacht hemelsblauwe Bourke met een grijze kop en donkere vleugels met blauw omzoomde vleugeldek veertjes. Dit was meer dan ik verwachtte van de bruine Bourke.
De onderstaande foto toont de wezenlijke verschillen tussen vader en dochter

eerste blauwe Bourke


Modificatie of mutatie? Een modificatie wordt veroorzaakt door ziekte, gebrek in de voeding of andere omgevings invloeden. Ik kweek nu deze kleurvariëteit gedurende zes jaar en heb intussen een goed verervende stam kunnen opbouwen. Dit is met een modificatie onmogelijk.

Blauwfactor?
De naam blauwfactor is misleidend. Ik bestudeerde de vererving van deze zogenaamde blauwfactor bij parkieten. De meeste documentatie betreft mutaties van de grasparkiet. Blauw is een verlies-mutatie. Als er een totaal verlies optreedt van de gele en rode pigmenten in het verenpak kleuren het eumelanine en de blauwstructuur in de veren het verenpak blauw. Dit gebeurt in groene vogels zoals de grasparkiet, maar niet in gele vogels zoals de valkparkiet. Deze mist de blauwstructuur in de veren. Eumelanine alleen geeft een wit met grijze vogel.
Waarom dan deze factor dan toch blauwfactor genoemd? Ik vond de oplossing in het gezaghebbende boek vanTaylor (Genetics for budgerigar breeders,1961, pg.7). Hierin wordt de naam blauwfactor geïntroduceerd . Hij was zich bewust van het feit, dat het eigenlijk een onjuiste naam was. Hij schreef dat het beter was deze factor een ”ontbreken van geel” factor te noemen, maar dat hij de naam blauwfactor koos “omdat dit gemakkelijker was”. Ik kwam tot de conclusie dat de vererving van de blauwe grasparkiet en de witborst splendid weinig nut heeft voor het begrip van de blauw mutatie van de Bourke.
Ik ben er ook zeker van dat deze niet correcte naamgeving van de mutatiefactor van de grasparkiet het begrip van de Bourke’s mutatie kan belemmeren. Dezelfde zgn. blauwfactor zal bij de Bourke een gelijkmatig bruin gekleurde Bourke het gevolg zijn. Geen blauwe Bourke. We moeten dus een andere verklaring zoeken. De naam blauwfactor is misleidend.

Neveneffect van de opaline?
Is het optreden van de blauwe Bourke misschien een bijeffect van dezelfde factor, die de opaline kenmerken veroorzaakt? Deze gedachte komt voort uit het feit dat de blauwfactor het eerst in de opaline Bourke is opgetreden.

Er zijn verschillende redenen om aan te nemen dat dit niet het geval is.

1. Er is verschil in vererving. De opaline kleurvariëteit is het gevolg van een factor met een geslachtsgebonden vererving. De vererving van de blauwe Bourke is recessief.

2. De vraag moet worden gesteld waarom de blauwe Bourke niet dertig jaar eerder is verschenen als deze samenhangt met de mutatie die ook de opaline kenmerken veroorzaakt.

3. De blauwe veervelden nemen bij de rose opaline niet toe maar in verschillende plaatsen verdwijnt de blauwe kleur juist . Enkele voorbeelden hiervan zijn: De blauwe voorhoofdsband van de rose opaline man is wit. In de schouder vermindert het blauw. De vleugelrand vertoont minder blauw, in de vleugelveren ontstaat een brede witte band. De vleugeldekveren verliezen het blauw gedeeltelijk. De staart van de rose opaline is vaak grijs. Kortom het blauw verdwijnt steeds meer uit het verenpak.

Bij de blauwe Bourke is de ontwikkeling juist tegengesteld. De blauwe kleur is uitgebreid in de kop, de vleugels, de vleugeldekveren, de schouder, de flanken stuit en staart. Soms heeft de blauwe Bourke een grijze borst. De pop kan een blauwe voorhoofdsband tonen. Niemand verwachtte zo’n uitbreiding van het blauw in de opaline. Deze kan niet worden toegeschreven aan dezelfde factor als de opaline.

4. De dons kleur bij de rose opaline is wit, een van de kenmerken van de opaline. Bij de blauwe Bourke is het dons grijs.

5. Blauw is niet beperkt tot de opaline kleurvariëteit. Ik kweekte ook een lichtblauwe pastel met geelbruine vleugels. Een pracht kleur combinatie. Sommige wildkleuren uit mijn stam hebben meer blauw hebben dan de normale wildkleur. Ze hebben een blauwe- of groene waas over de borst, nek en bovenrug. De omranding van de vleugeldek veertjes is blauw of groen. Bij de gezoomden zag ik een geeldek gezoomde met een groen gekleurde nek.

Dit maakt duidelijk dat de blauwfactor met alle factoren gecombineerd kan worden, waarbij reductie van het eumelanine plaats vindt. Bij een totaal verlies aan eumelanine, zoals bij de lutino, verdwijnt ook de absorberende donkere laag. Hier komt de factor niet tot expressie.

De conclusie moet luiden dat de uitbreiding van de blauwe kleur zeker geen neveneffect is van de opaline. De mutaiefactor vererft onafhankelijk van andere mutatie factoren.


Verklaring: Ik vond een oplossing van mijn zoektocht naar de mogelijke oorzaak in de beschrijving van de veerstructuur en de pigmentatie van de bruine Bourke en een aantal kleurvariëteiten. Beckmann was schrijver, vogelliefhebber en lid van de Technische Commissie van de Ned.Bond van Vogelliefhebbers (1973) Hij onderzocht de veerstructuur van Neophema’s en de Bourke. Hij maakte verschil tussen veren zonder blauwstructuur (het gewone type) en veren met een blauwstructuur (het structurele type). Toen ik de zorgvuldige beschrijving las, die Beckman gaf van het verenpak van de Bourke, vond ik het antwoord op mijn vraag. De wildkleur Bourke heeft in de nek de rug, deel van de vleugels en de staart, veren van het gewone type, zonder blauwstructuur. Dit feit hielp me om het effect van de nieuwe mutatie factor te begrijpen..
De mutatie factor, die de blauwe Bourke veroorzaakte, moet een structuur factor zijn, een factor die de structuur van de veer controleert. (S-factor) Bij de blauwe Bourke zijn veren van het normale type, zonder sponszone, vervangen door veren van het structurele type. Baarden met een sponszone en groepering van het eumelanine . Hierdoor ontstaan nieuwe blauwe veervelden, de kop, de nek, de rug, en deel van de vleugels en de staart. Deze factor zou blauwfactor moeten heten. Omdat anders verwarring zou kunnen ontstaan heb ik hem structuurfactor genoemd (S-s factor, s=structuur verandering) .
Dit is een andere factor dan de P-factor die de blauwe kleur bij groene vogels veroorzaakt, zoals de blauwe splendid of de blauwe grasparkiet. Deze S-factor is zeer bijzonder en geeft de mogelijkheid tot verschillende nieuwe kleurvariëteiten van de Bourke. Het is een win-mutatie, geen verlies-mutatie (termen van Steiner) Tot dusver kweekte ik : blauwe opaline (B5), groene opaline G-5), blauw pastel (B-3), blauw opaline-pastel (B-53) en groen opaline- pastel. Stuk voor stuk mooie en interessante kleurvariëteiten.

mini foto's blauw en groen


Conclusies:
1. De blauwe Bourke is het resultaat van een mutatie geen modificatie.
2. De oorzaak is niet gelegen in het verlies van geel en rood pigment (P-factor)
3. Het is niet een gevolg van de mutatie factor (M-factor) van de opaline
4. De oorzaak is een structuur factor (S-factor), een verandering van de veerstructuur, van veren van het gewone type in veren van het structurele type. Dit gebeurt in de veren van de kop, de rug, de vleugel en de staart.
5. Deze mutatiefactor vererft recessief en vererft onafhankelijk van de mutatie factoren van het eumelanine.

index menu

Copyright 2003 Bob Fregeres

E-mail adres: fregeres@bourkes-parakeet.nl

24-12-2003