Checklist verzorging

Kwaliteit: Met kwaliteit wordt in de avicultuur meestal de kwaliteit van de vogels bedoeld. Vogels van een goed formaat, vitaal, goed van kleur en liefst met goede broedeigenschappen. We kunnen ook op een andere manier over kwaliteit spreken. De kwaliteit van onze zorg voor onze vogels, zoals de kwaliteit van de voeding en de huisvesting. We noemen dit met een modern begrip kwaliteits management. Het goed om de eigen situatie zo nu en dan eens onder de loupe te nemen. Dit wil ik doen met een aantal lijstjes, checklists genoemd. Het gaat hier om geheugensteuntjes, niet om uitgewerkte thema's. Het doel is de kwaliteit van de verzorging zo optimaal mogelijk te maken. Deze checklist is gericht op huisvesting en verzorging van de Bourke's.

Uitgangspunt: Natuurlijke leefomgeving en gedrag van de soort. Om zicht te krijgen op eisen waaraan de zorg en huisvesting moeten voldoen nemen de oorspronkelijke leefomgeving van de vogels als uitgangspunt. We moeten in feite die natuurlijke leefomgeving zo goed mogelijk kennen om te weten aan welke omgevingsfactoren de vogel zich aanpast heeft in de eeuwenlange ontwikkeling van de soort. De omgeving waaronder onze vogels leven in de avicultuur is heel verschillend. Ook moeten we het gedrag van de vogels kennen. Het sociaal gedrag, activiteit, voeding- en drinkgewoonten, moeten we kennen om in de behoeften van onze vogels te voorzien. De eisen die gesteld moeten worden kunnen voor verschillende vogelsoorten verschillend zijn.

Leefomgeving

De Bourke komt voor diverse staten van Australië. De natuurlijke leefomgeving is te typeren als een droog savanne landschap. Een warm klimaat met een duidelijk verschil tussen de hete dag en de sterke afkoeling s'nachts, weinig neerslag met een geringe luchtvochtigheid.

Temperatuur en vochtigheidsgraad: In de literatuur is te vinden dat de Bourke leeft in een omgeving waar alle planten en dieren zich hebben aangepast aan voortdurende droogte. Ze vliegen vaak kilometers om te drinken. De Bourke's benut het vocht in het voedsel optimaal. Soms moet de Bourke een flink aantal kilometers overbruggen om een waterpoel te bereiken voor de nacht valt. De Bourke drinkt s'avonds laat en en s'morgens vroeg. Bourke's trekken rond in paren of kleine groepjes. De Bourke is half nomadisch. Ze blijven soms enkele jaren in een bepaald gebied om daarna weer verder te trekken.

Een van de aanpassingen is dat de Bourke in staat is het vochtgehalte van zaden zeer efficient te benutten. Niet alleen vogels moeten zich aanpassen Ook de bomen, struiken en grassen zijn er op gericht het schaarse vocht zo goed mogelijk te benutten. In het gebied waar de Bourke's voorkomen groeit de mulga (acacia aneura). Deze acacia heeft smalle, gedraaide vrij harde bladeren. Het water, dat wordt opgevangen door bladeren en takken komt dicht bij de stam terecht. In droge tijden teert de boom op zijn wateropslag in de grond.Een ander voorbeeld is spinifex. Spinifex is goed aangepast aan de droogte.Dit is een soort inheems gras dat niet te vergelijken is met gras uit gematigde klimaatgebieden waar het vaak regent. Het is smal en puntig. Het spinifex gras vormt pollen. Soms van een heel grote omvang. Hierin leven ook kleine dieren zoals buidelmuizen. Spinifex zaden vormen een belangrijke voedselbron voor dieren en vogels. Ze zijn rijk aan proteïne, arm aan vet. Men heeft in Australië geprobeerd grassoorten te introduceren uit gematigde streken i.v.m veeteeld. Dit was geen succes, gezien de warmte en de droogte.

Voeding: Het zaadmensel voor de Bourke mag niet te veel vette zaden bevatten. Een goed Neophema mengsel is gewenst. Dit bevat geen zonnepitten en slechts weinig saflourzaden. Bij het voeren van sla of andere zeer vochthoudende groenten heeft de Bourke snel last van darmstoornissen en diarhee. Introductie van groenvoer dient erg voorzichtig te gebeuren, met kleine beetjes. Gekiemde zaden zijn prima, mits niet te nat gevoerd. De Bourke wordt gerekend tot de "grass-parrots"omdat hun voedsel vnl. bestaat uit allerlei graszaden en boomzaden.

Bescherming tegen klimaatsinvloeden: Voor de Bourke is een natte en gure herfst een slechte tijd . De Bourke moet worden beschermd tegen te veel nattigheid. De vochtigheidsgraad in de voliere mag niet te hoog zijn. De huisvesting moet droog zijn. Een doorzichtig gesloten dak verdient aanbeveling. Er moet wel bescherming mogelijk zijn tegen felle zon. De Bourke profiteert het meest van een droge warme zomer. Maar de Bourke is ook redelijk goed bestand tegen droog, helder, licht vriezend weer. Bij strenge vorst is bescherming gewenst door afsluiting van de voliere's.

Drinkwater en badwater: De Bourke moet vers water hebben. Uitwerpselen in het drinkwater kunnen een bron van besmetting opleveren. Dagelijks verversen van het water is gewenst. Het meest opvallend is het feit dat de Bourkes weinig baden, terwijl er wel badwater aanwezig is. Dit in tegenstelling tot vele andere vogelsoorten. Maar tijdens een regenbui kunnen Bourke's zeer opgewonden reageren. In de overdekte voliere hangen ze tegen het gaas, beginnen veren te poetsen op de zitstok, ook al worden ze niet nat. Men kan de Bourke's een plezier doen met een waterverstuiver te gebruiken tijdens een regenbui.

Voedsel zoeken op de grond: Bourke's foerageren meestal op de grond. Ze zoeken de zaden meestal in het open terrein. Als er onraad dreigt vliegt de hele groep op om iets verder weer neer te strijken. De voerbak moet laag en ruim zijn. Hij wordt het beste op de grond geplaatst. Als men de voerbak liever hoger plaatst i.v.m muizen, moet men niet vergeten bij jonge vogels of bij introductie van nieuwe vogels ook voer op de grond aan te bieden.

Variatie in de voeding is gewenst. In onze avicultuur geven we de Bourke's een goed Neophema zaadmengsel. De droge zaden kunnen we aan vullen met halfrijpe onkruidzaden. Dit is vooral te realiseren met onkruidzaden. Mijn Bourke's zijn er dol op. Vooral ook in de tijd dat er jongen zijn, tijdens de rui en in het broedseizoen. Er is veel te vinden wat door de Bourke's graag wordt gegeten. Bijv. de karakteristiek gevormde zaaddozen van het herderstasje. Melde of ganzevoet is veelal op bouwplaatsen te vinden. Rode- en witte klaver vindt men in weilanden en slootkanten. Zuring is geliefd en goed mits in kleine hoeveelheden gegeven. De teunisbloem is een opvallende plant met prachtig gele bloemen en grote zaaddozen met fijne zaden, waar mijn Bourke's gek op zijn. Vogelmuur is overal te vinden. Het voordeel is dat ze tot laat in het jaar blijven staan. Ik stelde een checklist samen met allerlei zaden en planten. Onkruidzaden zijn een belangrijke aanvulling op het menu. Verzameling dient plaats te vinden op plaatsen, die niet verontreinigd zijn. Pluk nooit in de berm van wegen met veel autoverkeer. Pas op voor akkerland waar veel bestrijdingsmiddelen worden gebruikt.

Activiteit: Er wordt nogal eens gezegd dat Bourke's saaie vogels zijn. Ook dit hangt samen met het oorspronkelijke leefgebied. Bourke's zijn vooral 's morgens vroeg en later op de middag en avond actief. Ze houden een lange siësta! Ze zitten in struiken en lage bomen waar ze bescherming vinden tegen het felle zonlicht. Dit is een aanpassing om de hitte van de dag zo goed mogelijk te verdragen. Ook in de avicultuur zijn Bourke's overdag minder actief dan s'morgens vroeg en 's avonds laat. Overdag kunnen ze zitten te zonnen, met uitgestrekte vleugel. Als het te warm wordt zoeken ze de schaduw op. Mijn volieres liggen op het Westen. Ik vind dit ideaal. 's Morgens is er veel zon mogelijk. Maar tegen de middag staat de zon niet meer pal op de voliere's. Dit is vooral belangrijk als de vogels aan het broeden zijn. De Bourke is ideaal voor mensen, die overdag werken. 's Morgens vroeg zijn de Bourke's al actief. 's Avonds zelfs als het al schemerig is kan ik de voliere nog inlopen zonder de vogels te storen in hun nachtrust. Bourke's kunnen goed zien in de schemering. De grote ogen duiden hier al op. De Bourke wordt soms wel nachtparkiet genoemd.

Activiteit hangt natuurlijk ook samen met de inrichting van de voliere. Als de zitgelegenheid wordt beperkt tot twee zitstokken, voor en achter in de voliere, zal er overdag weinig activiteit zijn. Wilgentakken en takken van fruitbomen zijn zeer geschikt om in de voliere te hangen. De vogels knagen aan de bast en eten de knoppen. Als deze takken regelmatig worden ververst is het ideaal en zullen ze ook overdag meer actief zijn. Vooral voor jonge vogels bieden de takken veel ontwikkelings mogelijkheden. Ze hebben een variatie van dunne en dikke takken nodig om het bewaren van evenwicht bij het balanceren op dunne takjes te leren . Ze leren klimmen. Ze oefenen in het ontwijken van obstakels bij het vliegen, enz.

Stoornis en stress: In het wild vliegen Bourke's pas op als men ze dicht nadert. Ze vliegen een eindje weg om vervolgens weer neer te strijken. In de avicultuur is de Bourke rustig, tam en vertrouwelijk met de verzorger. Uitvangen veroorzaakt meestal stress, maar is soms onvermijdelijk. Vangen en plaatsen in verzendkooitjes zijn stressvolle gebeurtenissen. De Bourke's man is meer stressgevoelig dan de pop.

Een Bourke's pop bijt om zich te verdedigen, als ze in de hand wordt genomen. Ook kan ze krijsen. Dit gedrag vertoont de Bourke ook bij de verdediging in het nest. Het is dus niets bijzonders. De man is meestal rustig. De Bourke's man vliegt weg van zijn observatiepost boven op het broedblok of op een tak in de nabijheid van het nest. Houdt men de man in de hand dan zal hij zelden bijten. Maar het is het nodig op de hartslag te letten. Als de man naar de grond vliegt, met de schouders begint te trekken en te hijgen moet de actie onmiddellijk worden gestaakt. Een Bourke's man kan zo geagiteerd raken dat hij een hartverlamming krijgt. Vooral bij onverwachte of een ruw uitgevoerde actie kan de man een shock oplopen. In het slechtste geval eindigt dit met een hartinfarct. In zo'n stress situatie laat hem volledig met rust komen gedurende een half uur. De uitwerpselen in een stress situatie zijn nat en dun. Daarom is het noodzakelijk direct schoon drinkwater te verzorgen. Tijdens de broedperiode is nestcontrole nodig. Dit wordt meestal goed doorstaan als men bij het afnemen van het broedblok voorzictig is. Vaak blijft de pop rustig zitten op de eieren. Maar er zijn sterke individuele verschillen. Bij vogels die snel gestoord zijn is het goed niet te controleren tot de jongen ca. veertien dagen oud zijn en de pop het nest verlaat voor de nacht.

Een belangrijke vorm van stoornis is de aanwezigheid van ongedierte zoals huismuizen en spitsmuizen. Bovendien besmetten muizen het water en het voer. Adequate besttrijding is absoluut noodzakelijk. Ook katten kunnen overlast veroorzaken. Het aanbrengen van schrikdraad kan noodzakelijk zijn.

Vreemde bezoekers van de avicultuur kunnen stress veroorzaken. Zorg ervoor dat er wordt gepraat. Vogels herkennen de stem van de verzorger. Tijdens het bezoek vertonen de vogels niet hun normale gedrag. Ook tamme vogels zullen opvliegen en hun bezigheden onderbreken. Beperk stress veroorzakende ingrepen zoals uitvangen van vogels en inspectie van broedresultaten tot een noodzakelijk minimum als er bezoek is.

Overvliegende grote vogels als kraaien en eksters veroorzaken collectief angst. Een groep dan verschrikt opvliegen en in paniek rondvliegen. Ook katten, die tegen de voliere opspringen of klimmen kunnen paniek veroorzaken. Schrikdraad is een zinvol hulpmiddel om ze op afstand te houden.

Voedsel aanbod en hygiëne: Ook in de voliere zoeken Bourke's het voedsel meest op de grond. Daarom moet de bodem van de verblijven droog en schoon zijn. Schimmels zijn ziekteverwekkers. Ze moeten geen kans krijgen. Verontreiniging van voedsel en water moet bestreden worden door vaak schone bakjes te geven. De Bourke is een vogel, die vanaf de zitstok de uitwerpselen laat vallen. Deze zijn gemakkelijk op te ruimen door beukensnippers onder de zitstok te strooien of een strook karton onder de zitstok te leggen. Jonge Bourke's moeten leren uit de voerbak te eten en het drinkwater te vinden. Om ze zelfstandig te krijgen bied ik in het begin het water in een klein ovaal bakje op de grond.aan. Ondiep, zodat ze niet kunnen verdrinken. Toch moet je dan ook nog opletten dat ze niet in het waterbakje blijven zitten en aan onderkoeling dood gaan.Voer strooi ik dikwijls op de grond.

Naast een goed zaadmengsel en goed eivoer hebben ze kalk nodig. Er zijn kwekers, die de inktvisschilden gebruiken. Aan dit sepia wordt frequent geknabbeld. Verontreiniging kan eenvoudig worden weggesneden met een scherp mes. Sommige kwekers preferen kalkblokjes. Deze zijn eenvoudig zelf te maken. Zelf strooi ik ook vogelgrit op de bodem van de voliere. Voor de gezondheid en de ontwikkeling van het beenderstelsel is kalk absoluut nodig. Ik kwam eens bij een kweker, die geen kalk gaf. Ik moest hem er op attent maken, dat de vogels rond de bevestiging van de zitstokken tegen een witgekakte wand in het binnenverblijf alle kalk in een cirkel hadden weggevreten. Gebrek aan kalk kan een oorzaak zijn van verenplukken. Wat schoon zand op de grond voorziet de vogel van steentjes waarmee het voer in de krop wordt vermalen. Zelf zet ik altijd een bakje maagkiezel in elke voliere.

Vliegen : De Bourke is een goede vlieger. Dit is al te zien aan de puntige vleugels en de lange staart. De Bourke vliegt dikwijls laag boven de grond tijdens het voedsel zoeken. Maar als ze in een groep op pad zijn naar een waterbron vliegen ze veel hoger. De witte punten van de buitenste staartveren vormen een goede orientatie mogelijkheid als ze in een groep vliegen. Het spreekt vanzelf dat de Bourke ook in de avicultuur moet kunnen vliegen. De vleugelbeweging draagt bij tot de ademhaling en gezondheid van de vogel.

Veiligheid: De Bourke knaagt vrijwel niet. Een houten voliere of kooi is mogelijk. Oppassen voor scherpe uitsteeksels als spijkers, schroeven, kapot gaas is noodzakelijk. De maaswijdtemag niet zo groot zijn dat de jongen hun kop door het gaas steken. Dat betekent vrijwel altijd hun dood.

Sociaal gedrag: De Bourke is een sociale vogel. In het wild treffen we de Bourke's altijd in paren of in groepsverband. Ze broeden in holle takken en bomen, soms dicht bijeen. Meestal in een acacia of een casuarina, een tot drie m.boven de grond. In de avicultuur kunnen paren in aparte volieres, naast elkaar, worden gehuisvest zonder dat agressie aan het gaas ontstaat. In de wintertijd huisvest ik vaak grotere groepen van 6-10 vogels in een voliere. Dit is eenvoudiger voor de verzorging.

Meestal laat ik de paren zelf samenstellen door een man bij enkele poppen te plaatsen. Als een paar zich heeft gevormd neem ik de andere poppen weg als de andere poppen worden verjaagd. Maar het is voorgekomen dat een mannetje meerdere poppen accepteerde, goed bevructte en de jongen opfokte. Ook de poppen vertoonden geen agressie onderling. Natuurlijk behoort dit tot de uitzonderingen.

Het geeft meestal geen problemen als de jongen van de eerste broedronde bij de ouders blijven tot de jongen van de tweede ronde een dag of veertien zijn. Soms worden de jonge mannen door de man weggejaagd.

Ondanks hun vreedzame aard moeten we altijd alert blijven op agressie. De Bourke heeft een scherpe snavel en kan een soortgenoot dodelijk verwonden. Als een vogel steeds weer wordt verjaagd van de zitplaats of de voerbak kan verplaatsen noodzakelijk zijn.

Broedgedrag: De man inspecteert het nest. Terwijl de pop broedt zit de man meestal in de directe omgeving op wacht. De pop verdedigt het nest door te bijten en veel lawaai te maken als er indringers zijn. Het legsel bestaat uit 3 tot 6 witte eieren. De broedduur is 18 dagen. Ze worden om de andere dag gelegd en de pop begint direct met broeden.

In de avicultuur gebruiken we van ongeverfd hout getimmerde nestkasten of natuur blokken. De hoogte is ca. 30 cm. Het vlieggat heeft een doorsnede van 6 cm. Het is zinvol kleine ventilatieopeningen in de achterwand te maken omdat de pop soms tijden lang in de vliegopening blijft zitten. Het blok of de kast wordt niet in de zon gehangen. De hitte mag niet te zeer oplopen in het nest. Gewaarschuwd moet worden voor te dunne wanden en bodem van het broedblok i.v.m. de snelle afkoeling. Hang het blok ook niet tegen een buiten muur, die veel kouder is dan de andere wanden. Hang het blok hoog, maar zo, dat de man boven op het blok kan zitten. De jongen zullen na uitvliegen ook vaak boven op het blok zitten.

De pop komt slecht enkele malen per dag van het nest om zich te ontlasten. De grootte van de jongen in het nest varieert aanzienlijk omdat de leeftijd van het eerste en het laatste jong vele dagen verschilt. Met veertien dagen gaan de oogjes open. De jongen verblijven vier weken in het nest. De mest wordt tegen de rand van de nestbodem geplakt. Hierdoor wordt een duidelijke nestkom gevormd. Een kleine mot leeft op de uitwerpselen van de jongen. De eitjes van deze mot komen uit als de jongen geboren worden. De pop voert op het nest de jongen. Soms voert ook de man op het nest. De jongen zijn goed beschermd door dik grijs dons. Toch kan een moeilijke periode ontstaan als de pop na ca. veertien dagen 's nachts niet meer op het nest blijft maar in de buitenlucht overnacht. Als een nest bestaat uit 4 of vijf jongen gaat dit meestal wel goed omdat ze ook elkaar warm houden. Als het een klein nest betreft van een of twee jongen zijn de overlevingskansen veel geringer in een gematigd klimaat. Het is mogelijk een verwarmingsplaatje onder of achter het nest te bevestigen

Voordat de jongen uitvliegen oefenen ze hun vleugels in de nestruimte. Daar het vlieggat op ca. 6 cm van de bovenrand zit verdient het aanbeveling de want te voorzien van enkele punten van houvast. Men gebruikt vaak enkele krammen, een klein laddertje van gaas of een blokje hout. Pas op voor scherpe spijkers. De laatste dagen voordat de jongen uitvliegen probeert de pop ze uit het nest te lokken door aan de ingang te voeren of minder te voeren dan nodig is. De honger stimuleert de jongen dan naar buiten te komen. Omdat de leeftijd van de jongen nogal verschilt zet ik het laatste jong vaak zelf uit het nest. Eenmaal buiten, vliegen ze enkele dagen onbeholpen rond. Zorg dat de waterbak is vervangen door een klein bakje waarin ze niet kunnen verdrinken.

Rui. Op een leeftijd van 4 maanden komt de jeugdrui. Na een jaar komt de eerste volledige rui. De rui is altijd zodanig dat het vliegvermogen behouden blijft. De grote vliegpennen en staartpennen ruien het laatst. Tijdens de rui is het aanbod van kalk (grit, inktvis schildjes (sepia) en eiwitten absoluut noodzakelijk.

Checklist verzorging en gedrag

Het uitgangspunt bij deze checklist is onze kennis van de leefomgeving en het gedrag van de Bourke. Het is mij gebleken dat vooral beginnende kwekers vragen hebben over huisvesting en verzorging. Daarom heb ik wat uitgewijd over de verzorging en het gedrag van de Bourke's. Het bovenstaande is niet compleet, maar geeft een eerste aanzet tot een checklist voor de verzorging en de huisvesting in de avicultuur. Op basis van eigen kennis en ervaring kan men de lijst verder uitbreiden.

l. Vocht

2. Voeding

3. Beschutting en veiligheid

4. Bevorderen van activiteit

5. Vermijden van stoornissen en stress

6. Aanbieden van voedsel

7. Sociaal gedrag

8. Broedperiode

index menu

Copyright 2004 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@bourkes-parakeet.nl

06-04-2005