Classificatie

met gebruik van het uitgebreide classificatie systeem van Steiner

Hypo melanisme
Definities: Hypo melanisme is beneden normale melanine formatie. Albinisme is uitval van melanine.
hoofd categorie categorie sub categorie mutatiefactor kleurvarieteiten vererving
hypo melanisme albinisme totaal albinisme M-t+ factor ino geslachts-geb.
Definitie: Totaal albinisme is volledige uitval van melaninen in het gehele verenpak en in de ogen en de huid.

Mutatie factor: t+= tyrosinase positief. Melanine wordt gevormd in de pigment productie cellen. Het enzym tyrosinase is nodig om het productie proces te starten en aan de gang te houden. De pigment korrel begint als een kleurloze proteïne matrix. Deze is samengesteld uit vele eiwitten. Als een van de eiwitten ontbreekt wordt het productie process verstoord. Er ontstaan te kleine en misvormde matrices. Er worden weinig korrels geproduceerd en van slechte kwaliteit. Hoewel de tyrosinase activiteit hoog is,(t+), komt de zwartkleuring van deze korrels ternauwernood op gang. De melanine korrels worden getransporteerd en afgezet in de veer maar ze hebben geen zichtbaar effect op de veerkleur. De korrels zijn alleen met de microscoop aan te tonen. Hoewel de productie van de eumelanine in het oog geheel anders verloopt is ook hier de ontwikkeling gestoord. De oogkleur is helder rood.

Kleurvariëteiten: albino, lutino en rubino. Voorbeeld: albino merel (Turdus merula). Alba (Grieks)=wit. Lutino elegant., luteus (Grieks)=geel. Rubino rose kakatoe. Rubino Bourke's parrot. Rubor(Latijn) =rood.

hypo melanisme albinisme totaal albinisme M-t- factor ino recessief
Mutatiefactor: t- = tyrosinase negatief. Er ontstaan kleurloze matrixen Er is geen oxidatie van melanine korrels. Als deze kleurloze matrixen worden afgezet in de veer hebben ze geen effect op de kleur. Alle bruin en zwart eumelanine wordt hierdoor verhinderd. De oorzaak is gelegen in de inactiviteit van het enzym tyrosinase.

Voorbeelden van kleurvariëteiten: Lutino roodrug, lutino elegant, etc. Over de recessief verervende lutino Bourke is enkele jaren geleden een enkel artikel gepubliceerd, daarna is er weinig van vernomen.

hypo melanisme albinisme partiëel albinisme M-p factor gezoomd recessief
Definitie: Partiëel albinisme is gedeeltelijke uitval van de melanine productie waardoor bontvorming ontstaat.

Mutatiefactor: p= pigment production cells. Van Eerd gaf tijdens een lezing een mogelijke verklaring. De oorzaak is destructie van de pigment productie cellen. Er is in het begin een te grote productie van melanine. Hierdoor barsten de pigmentcellen. De melanine afzetting stagneert. Hierdoor komt het dat de veertips donker zijn, terwijl in de rest van de veer een vrijwel volledig melanine verlies plaats vindt. De uitval van melanine is variabel. Dit kan licht zijn. Het enige teken is dan een fijne besteping van de primaire vleugelveren. De uitval kan sterk zijn, de vleugels, het gehele rugdek, stuit en staart. Alleen de veertoppen en de kop zijn nog gepigmenteerd. Er worden veel meer mannen dan poppen geboren. De vererving is recessief.

Voorbeeld van kleurvariëteiten: Gezoomde Bourke in de kleurseries: wit, rood en geel. De kleurnaam refereert aan de kleur van het rugdek. De kop is donker, de oogkleur is normaal. Voorbeeld: wildkleur gezoomd, geeldek gezoomd, rood overgoten, ook wel abrikoos gezoomd genoemd. Het rugdek is geel met een rode waas In het Engels: suffused = overdekt of overgoten, edged (Engels)=gezoomd).

Opm. De spangle grasparkiet is niet met de gezoomde Bourke te vergelijken. De vererving van de spangle is dominant. Het tekeningspatroon van de vleugel is anders.

hypo melanisme incomplete albinisme partiëel albinisme M-di factor opaline geslachts-geb.
Mutatiefactor: di = distribution . Beckmann beschrijft de opaline als verandering van distributie van zwart melanine in de vleugeltekening en de undulatie tekening van de nek en boven rug. De transport middelen de dendriten en het enzym myosine zijn normaal. Het gaat om een andere verdeling van melanine pigment. In de baarden van de ondulatietekening van de achterzijde van de kop, nek en zadel wordt het eumelanine uit de cortex verdreven. De omzoming van de vleugeldekveertjes nemen de kleur van het lichaam aan, omdat door het wegvallen van het melanine in de cortex ruimte ontstaat. De ondervleugelstreep is breder dan normaal. Het eumelanine valt weg vanaf aanhechting van de veer aan de botstructuur, tot aan de helft van de veervlag. Dit is ook te zien bij bij de aanhechting van de ondervleugeldekveren. Hier ontstaat een tweede witte band. De oogkleur is normaal

Kleurvariëteiten: Opaline grasparkiet in verschillende kleurslagen, geel opaline en rood opaline turquoisine, rose- en rood opaline Bourke, geel opaline Bourke.

hypo melanisme incompleet albinisme schizomelanisme M-t- factor phaeo recessief
Schizomelanisme is het verlies van een melanine pigment, eumelanine of phaeomelanine, bij een normale ontwikkeling van het andere pigment.

Mutatie factor: t- = tyrosinase negatief. Phaeomelanine komt bij parkieten niet voor. Wel bij allerlei vinkensoorten, zoals de kanarie. Dit is ook voor parkieten kwekers interessant omdat er allerlei parallellen zijn in de mutaties. Als de tyrosinase activiteit vermindert produceert de eumelanine productiecel slechts kleurloze matrices. Deze worden afgezet in het verenpak. Ze dragen niet meer bij aan de kleur van het verenpak. Maar de phaeomelanine productiecel produceert nog gekleurde korrels. Dan ontstaat er een phaeo kleurvariëteit. De oogkleur wordt uitsluitend bepaald door eumelanine. Daarom zijn de ogen rood.

Steiner noemde dit splitsing van de pigmenten, schizomelanisme. The phaeo ontstaat door de mutatiefactor t-negatief die recessief vererft.

Kleurvarieteit: Phaeo kanarie, etc.

Opm. Er zijn een reeks kleurvarieteiten van de kanarie en de zebravink, die terug te voeren zijn op defecten en veranderingen in de eumelanine productie. De resterende phaeomelanine is dan verantwoordelijk voor verschillen vergeleken met de mutaties bij parkietensoorten. Dit maakt de parallel mutaties extra interessant.

hypo melanisme incompleet albinisme schizomelaninsme M-t+ factor satinet, isabel geslachtsgeb.
Mutatiefactor: t+ = tyrosinase positief. Als er een proteine ontbreekt wordt de vorming van de kleurloze matrices verstoord. De korrelgrootte neemt af.Er treedt vervorming van de vorm van de korrels op. Er worden ook te weinig korrels geproduceerd. Als dit het effect is op de eumelaninevorming, dan is het begrijpelijk dat het effect op de kleinere en meer amorfe korrels van het phaeomelanine nog groter zal zijn en al eerder optreedt. De phaeomelanine vorming is bovendien minder afhankelijk van de tyrosinase activiteit. Dit betekent dat er geen gekleurde phaeomelanine korrels in het verenpak terecht komen. Er is alleen een verminderde kleuring door het eumelanine mogelijk.

Kleurvarieteit: satinet kanarie,

hypo melanisme incomplete albinisme leucisme M-s factor bont dominant
Definitie: Leucisme veranderde afzetting van melanine waarbij normaal gepigmenteerde veren of delen van veren volledig pigment vrijworden. Leucos (Grieks) = wit.

Mutatiefactor: s= skin( veer follicle). Volgens Muatavi wordt de huid, waaruit de veerfollikel groeit, veranderd. Afzetting van melanine korrels wordt onmogelijk. Pigmentloze gebieden ontstaan. De ogen zijn normaal van kleur.

Kleurvariëteiten Bij de grasparkieten zijn er twee kleurvariëteiten met verschillende tekeningspatronen. Beckmann: enkel en dubbelfactorige Hollands bont en Australisch bont. met een band rondom de heup. De gele zwartoog is waarschijnlijk combinatie van Deens bont en 2 factorig Hollands bont.

hypo melanisme incomplete albinisme leucisme M-g factor bont recessief
Mutatiefactor: g = germ cells. Germ (Engels)=kiem Er wordt te weinig melanine geproduceerd omdat in bepaalde veervelden, veren of delen van veren geen pigmentproductie plaats kan vinden. Kop: Er is gebrek aan voldoende kiemcellen. Bij de verdeling van de kiemcellen over de huid ontstaan er op sommige plaatsen een tekort aan kiemcellen, waardoor geen of te weinig pigmentcellen ontstaan. Hierdoor krijgt de veer of een deel van de veer geen melanine pigment.

Kleurvariëteit: De kleurvariëteit is bekend onder de naam recessief bont. Bij de Bourke's is deze bontvorming aangetroffen. De kleur van de veren waar het melanine uitviel is rood, geel of wit, afhankelijk van het pigmentbezit van de ouders. Het is tot dusver in Europa niet gelukt hiervan een stam te ontwikkelen.

hypo melanisme incompleet albinisme dilutisme M-a- factor bronze fallow recessief
Definitie: Dilutisme is een gelijkmatige vermindering van melanine kleuring van het verenpak.

Mutatiefactor: a= amount. Amount (Engels = hoeveelheid). V ermindering van de hoeveelheid melanine korrels wordt veroorzaakt door afname van de activiteit van het enzym tyrosinase. De korrels zijn normaal ontwikkeld en gekleurd. Dit geeft verandering in de oogkleur en veranderingen in de kleur van het verenpak, huid en hoorndelen. Omschrijving van Beckmann: De fallow heeft rode ogen en vertoont opbleking van het gehele verenpak door vermindering van het melanine en verandering van de korrelgrootte. Die vermindering is in de baardjes 50% en in de baarden 75%. Er is een relatie tussen de M-t- factor (ino kleurvarieteit) en de M-a factor (fallow kleurvarieit). Het verschil zit in de activiteit van het enzym en de hoeveelheid melanine korrels.

Kleurvarieteit: De fallow komt voor bij Neophema, de Bourke, etc. Mutavi noemt dit met de Engelse term bronze fallow.(type 1 fallow). Er wordt aangegeven dat er bij de bronze fallow een kleurverandering plaats vindt van zwart naar bruin. Martin publiceert een foto van de broonze Bourke's parkiet (pg.77) Het feit dat de wildkleur Bourke bruin is en geen zwart eumelanine bezit wordt verwaarloosd. Het enige wat Beckmann constateerde was vermindering van het aantal melanine korrels.

hypo melanisme incompleet albinisme dilutisme M-f factor pale fallow recessief
Mutatiefactor: f = format and form. De vorm en het formaat van de melanine korrels is abnormaal. In de productie van melanine korrels is er een kwaliteitsprobleem. De korrels zijn te klein en vervormd. Het aantal is kleiner dan normaal. Er is een relatie tussen de geslachtsgebonden verervende M-t+ factor (ino kleurvarieteit) en de M-f factor (fallow kleurvarieteit). De overeenkomst is dat de matrices kleiner en vervormd zijn en de activiteit van tyrosinase verhoogd is . Het verschil tussen beiden is de productie van melanine korrels, die wel op gang is gekomen, zij het met kwalitatief mindere korrel kwaliteit..

Kleurvariëteit: Deze melanine verandering geeft een bleke fallow met rode ogen . Mutavi gebruikt de Engelse term dun fallow (fallow type 2). Dun (Engels) = dof grijsbruin. De korrels veranderen van zwart naar grijsbruin. Martin zegt dat deze varieteit ook bij de Bourke's voorkomt. Maar de Bourke heeft geen zwart of grijs pigment. Een grijsbruine varieteit komt bij de Bourke niet voor. Martin gaat er vanuit dat deze varieteit in Europa veel voorkomt.

hypo melanisme incompleet albinisme dilutisme M-r factor pastel recessief
Mutatiefactor: r = reduction. Sterke vermindering van het aantal melanine korrels. Deze veroorzaakt een gelijkmatige opbleking. De korrel kleur, grootte en korrelvorm is normaal. De oogkleur is donker Volgens Beckmann wordt de opbleking veroorzaakt door vermindering van het melanine in de baardjes tot 50% , in de baarden tot100%. Behalve reductie van de hoeveelheid korrels is het verschil met de fallow dat de oogkleur normaal is. De opbleking van de pastel is sterker dan bij de fallow.

Kleurvarieteit: De Hollandse Bourke's pastel is misschien gekruist met de fallow in een zeer vroeg stadium. De oogkleur is rood. De opbleking is veel sterker dan bij de fallow. Hierdoor komen de psittacine sterk naar voren. De geel pastel is het best bekend. Er is ook een rood pastel. Deze is wat donkerder dan de geel pastel.

hypo melanisme incompleet albinisme dilutisme M-s factor licht recessief
Mutatiefactor: s = slight reduction Slight (Engels) = gering. Het gaat om een geringe vermindering van het melanine. Dit heeft een geringe opbleking van het verenpak ten gevolg. Vererving recessief. De echte oorzaak is tot dusver niet bekend.

Kleurvarieteit: Martin kiest voor de naam faded. Fade (Engels) = vervagen. Deze minimale opbleking werd wel recessieve isabel genoemd in Europa. De term isabel dient te worden gereserveerd voor de totale uitval van phaeomelanine die alleen bij bruine vogels voorkomt. Steiner: Isabellisme te gebruiken voor voor splitsing phaeomelanine en eumelanine. Het verenpak is licht opgebleekt. De pigmentverdeling is hetzelfde gebleven. De beste naam zou lichte wildkleur kunnen zijn.

hypo melanisme incompleet albinisme dilutisme M-de factor zilvergrijs dominant
Mutatiefactor: de = dendrites. De dendrieten zijn een van de transport middelen. Het emzym myosine dient als katalysator. Het is mogelijk dat de slechte uitgroei van de dendriten de oorzaak is van de opbleking. Een dominante vererving komt vrijwel uitsluitend voor bij structuur veranderingen, niet bij melanine productie.

Keurvarieteit: Martin noemt deze varieteit dominant dilute. Opbleking komt voor bij de valkparkiet en wordt daar zilver genoemd. De grijze rug wordt zilvergrijs. Er vertonen zich vlekken in vleugel en lichaamskleur. De oogkleur is zwart. Het gaat om opbleking van een grijs verenpak. Omdat dit niet overal eender is ontstaat een niet geheel egale kleur.

hypo melanisme incompleet albinisme dilutisme M-w factor overgoten recessief
Mutatiefactor: w=wing pattern. In de vleugeltekening treedt een gelijkmatige reductie van melanine op. De vleugeltekening wordt lichter en verbleekt. Beckmann: schrijft over de grijsvleugel en de witvleugel grasparkiet. De tweede zwarte band van de vleugeldekveertjes en de zwarte tekening op de achterzijde van de kop en nek worden beïnvloed. Ook kleur van de staartpennen verandert. De vleugeltekening:van de grasparkiet bleekt op in fasen: grijsvleugel, witvleugel en diep overgoten. Hierbij is een verschil in reductie te constateren. Melanine wordt 50% gereduceerd in de grijsvleugel. Melanine wordt ca 100% gereduceerd in de witvleugel en geel vleugel. (De Engelse term clearwing wordt zowel voor de witvleugel als de geelvleugel gebruikt). Bij de diep overgoten is er slechts een restje melanine. Dit veroorzaakt een waas en geeft een min of meer vage tekening.

Mutavi: De productie van melanine korrels is normal, maar er is een transport probleem. Bij de afzetting van melanine korrels in de veer klonteren een deel van de melanine korrels samen. Deze vormen reuze korrels die met de electronen microscoop te zien zijn.

Kleurvarieteiten: Ook hier worden verschillende termen gebruikt. Martin spreekt over suffused. Suffused (Engels) = overgoten, iets wat zich over het oppervlak verspreid. Mutavi noemt dit dilute. Dilute (Engels)=verbleken, vaal worden. deze mutaties komen ook voor in de vleugeltekening van de prachtrosella.

hypo melanisme incompleet albinisme dilutisme M-o factor cinnamon gesl.gebonden
Mutatiefactor: o = oxidation of grains. Bij de kleuring van de melanine korrels zijn er verschillende oxidatie fasen.Wordt de laatste fase niet doorlopen, dan worden er bruine in plaats van zwarte korrels geproduceerd. Dit geeft de cinnamon variëteit. De totaal kleur is wat lichter dan normaal. De ogen zijn in het begin rood, maar na de rui zijn ze donker. De oorzaak is gelegen in de activiteit van het tyrosinase enzym.

Kleurvarieteiten: Cinnamon, turquoisine, splendid etc. De wildkleur Bourke's parkiet is bruin. De geslachtsgebonden verervende opbleking van het verenpak bij de Bourke werd isabel genoemd. Nu is deze naam vervangen door cinnamon. Hierbij is geen rekening gehouden met de omschrijving, die meestal gegeven wordt van de cinnamon, nl. een verandering van zwart naar bruin. Voorlopig heb ik de naam licht cinnamon aangehouden omdat er een opbleking heeft plaats gehad.

Hyper melanisme
hypermelanisme totaal melanisme nigrisme M-ti factor melanistisch recessief
Hyper melanisme is een boven normale productie van melanine.

Mutatiefactor: ti= total increase. increase (Engels) = toename. Als de toename van melanine in het gehele verenpak plaats vindt spreken we van totaal melanisme.

hyper melanisme partiëel melanisme acromelanisme M-p factor melanistisch recessief
Mutatiefactor: pi = partial increase.

Als de sterke toename van melanine in bepaalde veervelden plaats vindt noemen we dit partieel melanisme of met de term van Steiner acromelanisme. Voorbeelden hiervan zijn de zwarte goudgele rosella, waar de uitbreiding plaats vintd in de voorgrond melanine, de vleugeltekening en de borst en buik. De witte wangvlek blijft aanwezig.

Samenvatting van vormen van albinisme

Totaal albinisme:

Partiëel albinisme:

Schizomelanisme:

Leucisme:

Dilutisme:

Dilutisme als classificatie categorie:

Overlap tussen melanine- en psittacine categorieën:

Naamgeving van de Bourke's mutaties:

De Bourke vormt een uitzondering op de regel dat parkieten soorten zwart eumelanine bezitten. In de classificatie van Bourke's mutaties is het bezit aan bruin eumelanine van de Bourke's systematisch genegeerd. Ik geef enkele voorbeelden:

De Bourke's parkiet heeft bruin pigment. Verandering van zwart naar bruin (cinnamon) is niet aan de orde. De reductie van zwart en grijs naar bruin (bronze fallow) is niet aan de orde. De reductie tot grijsbruin (dun fallow) kan niet juist zijn omdat er geen grijze Bourke mutatie is. Yellow (pastel) en green suffused worden de lichte en donkere vorm van de dilute genoemd. Hierbij is gedacht aan de groene vogel, zoals de turquoisine. Bij de Bourke is er een gele en een rode pastel, geen gele met een groene waas. De omschrijving van faded kan niet op de bruine Bourke slaan, er vindt geen reductie van zwart pigment plaats.

index menu class. P en S factoren

Copyright 2005 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@bourkes-parakeet.nl

10-03-2005