Classificatie van

psittacine- en structuur factoren

De psittacine factoren kunnen zonder probleem worden ingedeeld in de categorieën, die Steiner onderscheidde. De categorie distributie is toegevoegd om ook de niet volledige uitbreiding van rood of geel pigment aan te duiden. Deze categorie hangt duidelijk samen met flavisme of erythrisme, maar is incompleet. Ook de categorie shift is een gedeeltelijke verschuiving mogelijk van rood naar geel of andersom. Deze verschuiving is direct zichtbaar en aantoonbaar met behulp van de elektronen microscoop, maar is incompleet.

Psittacine factoren
hoofd categorie categorie subcategorie mutatie factor kleurvariëteit vererving
hypo lipo chromatisme a lipo chromatisme . P-t factor wit, grijs, blauw recessief
Mutatie factor: P-t = totaal verlies van psittacine pigment. De kleur van een kleurvariëteit hangt mede af van de andere kleur elementen van de soort. Dit kan wit zijn, blauw of grijs. Blauw vinden we alleen bij groene vogels. Deze hebben veren met blauwstructuur, en rood en/of geel pigment in de cortex. Vogels zonder blauwstructuur geven witte of grijze kleurvariëteiten.
hypo lipo chromatisme chloro lipo chromatisme . P-d factor .zeegroen recessief
Mutatiefactor:P- d = decrease (Engels) = afname van psittacine pigment productie. Chloros (Grieks) = bleek. Door gedeeltelijke reductie van de kleurpigmenten wordt geel: bleek geel, rood: rose. Er is veel variëteit veroorzaakt door bezit van andere kleur elementen. Enkele voorbeelden van kleurvariëteten zijn: zeegroen, partiëel blauw, enz. Er is veel verschil in verschillende vogelsoorten, afhankelijk van de sterkte van de reductie en de aanwezigheid van overige kleur elementen
hypo lipo chromatisme schizo chromatisme . P-s factor geel of rood geslachts gebonden
Mutatiefactor: P-s = schizo (Latijn) splitsing van psittacine kleuren. Er zijn twee typen: Het geel pigment verdwijnt, het rood blijft. Type 2. Het rood pigment verdwijnt, het geel blijft. Voorbeeld: De valkparkiet heeft een oranje wangvlek. Deze wangvlek is het enige veerveld, dat rood pigment bevat. Als dit verdwijnt is alle rood verdwenen.
hypo lipo chromatisme shift in de verhouding rood-geel pigment . P-p factor rood, oranje geel recessief
Mutatiefactor: P-p = proportion. (Engels) = onderlinge verhouding. Vaak is er een mengkleur rood met geel. De verhouding tussen geel en roodpigment is erfelijk bepaald. Verandering van de verhouding zien we vaak bij de Bourke's parkiet. Sommige gezoomde Bourke's hebben veel rood en geel pigment in de rugzijde. Er zijn echter ook geeldek gezoomde Bourke's.
hyper lipo chromatisme flavisme . P-iy factor goudgeel recessief
Mutatiefactor: P-iy Increase yellow (Engels) toename geel. Toename van de geel pigment productie. De kleurvarieteiten van de Bourke's, de goudgele pastel en de goudgele opaline pastel zijn voorbeelden van flavisme. Het geel is erg intensief. Er is geen rood pigment in rug en staart. Het is geen vorm van schizo-chroisme omdat de borst en buik rood blijven.
hyper lipo chromatisme erythrisme . P-ir factor rood, rood overgoten recessief
Mutatiefactor:P- ir. Increase red (Engels) = toename rood. Toename van de rood pigment productie. De rode opaline Bourke is het meest sprekende voorbeeld van erythrisme. Slechts de vleugelranden hebben donker bruin pigment. De rest van het verenpak is dieprood.
hyper lipo chromatisme distributie . P-d factor rood, geel intermediair
Mutatiefactor: P-e = extension. (Engels) = uitbreiding van het psittacine pigment naar veervelden, die eerder geen psittacine pigment bezaten. Vb. De Bourke's parkiet is het rode of gele pigment uitgebreid tot de rug en de staart. In de originele wildkleur waren deze pigmenten beperkt tot de kop, de borst en buik. De rug had geen psittacine pigment
Structuur factoren
hoofdcategorie categorie sub categorie mutatie factor kleurvariëteit vererving
structuur verandering baarden uitbreiding van de blauwstructuur S-e factor blauw recessief
Mutaiefactor: S-e = extension (Engels) = uitbreiding. Deze uitbreiding van veren van het structurele type betekent een Het is de verandering van veren van het gewone type. (Beckmann)

Kleurvarieteiten: De Bourke's heeft veren met blauwstructuur in beperkte veervelden. Veren van de borst en buik, de nek, rug en de middelste staartveren hebben geen blauwstructuur. De verandering is te zien in de blauwe en groene Bourke's, kleuren, die gezien de erfelijke aanleg van de wildvorm Bourke, niet mogelijk waren.

structuur verandering baarden medulla S-m factor grijs recessief
Mutatiefactor: m= medulla. Het typerende arrangement van cellen in de medulla wordt verstoord door een te vroege en te onregelmatige verhoorning. Er ontstaan geen vacuolen, geen sponszone, geen duidelijk arrangement van cellen in de medulla. Het melanine pigment wordt vlak onder de cortex afgezet. De cortex zelf is kleurloos en transparant. De kleur wordt dof grijs. Dit vindt plaats in gehele verenpak.

KLeurvarieteit: De kleurvarieteit is dofgrijs, gevlekt. Deze mutatie mag niet worden verward met de grijsvleugel.

structuur verandering blauwstructuur keratinisatie S- k factor grijs dominant
Mutatiefactor: S-m = medulla. Een progressive destruction of the medulla vindt plaats. De spons zone is zeer smal. De regelmatige indeling van de vacuolen en de groepering van melanine korrels is teniet gegaan. De vroegtijdige keratinisatie maakt dat de vacuolen klein zijn. Een dikke laag melanine korrels bedekt de medulla.

KLeurvarieteiten: Wit dominant grijs met een effen grijs waas over stuit en onderzijde en de groen dominant grijs met een olijfgroene waas over de stuit en de onderzijde van het verenpak

structuur verandering blauwstructuur vacuolen S-v factor leiblauw geslachtsgebonden
Mutatiefactor: S-v = vacuolen. Vacuolen zijn de luchtgevulde ruimten in de keratine waaruit de baarden zijn opgebouwd.. De vacuolen zijn groter dan normaal. Normaal is dat de vacuolen en de omringende pigmentlaag onder de sponszone liggen. Hier vind echter een omkering plaats tussen spons zone en vacuolen. Elke vacuole is omgeven door een compacte laag melanine. De vacuolen en de pigmentlaag hebben op sommige plaatsen een direct contact met de cortex. Deze cortex is niet gepigmenteerd. Hij is transparant. De vorm, grootte en kleur van de korrels is normaal. Door de omkering is de de werking van de sponszone geringer. De kleur is dof door de hoeveeheid melanine.

Kleurvarieteit: De leiblauwe grasparkiet is een kleurvarieteit met de S-v factor.

Deze kleurvariëteit komt alleen voor bij de grasparkiet en wordt leiblauw genoemd.

structuur verandering blauwstructuur spons zone S- s factor donker dominant
Mutatiefactor: S-s = spons zone. De sponszone is veranderd. De sponszone is samengesteld uit fijnere en meer onregelmatig gevormde kanaaltjes.De extreem samengedrukte vorm van de baard, vergeleken met de wildkleur, is de reden dat de sponse zone ook smaller is dan normaal. Daarom wordt er minder blauw licht gereflecteerd en meer licht geabsorbeerd door de zwarte melanine laag. De normale diepte van de sponszone is 0,009 micron. Bij 1-factorig dominant is de diepte 0,006 micron. Bij 2-factorig dominant is de diepte 0, 003 micron. De smallere baard beperkt de helderheid van de oppervlakte van de veer.De baardjes zijn breder dan normaal en dragen bij tot de donkerder kleur.

Een kleurvariëteit met een factor wordt cobalt blauw of donkergroen genoemd. De kleurvariëteit met twee factoren wordt mauve of olijf genoemd. De verfijning van de sponszone als oorzaak voor de donker mutaties is goed gedocumenteerd door Steiner. Auber voegt aan deze verklaring toe, de versmalling van de baarden en de invloed van de baardjes op de kleur.

structuur verandering blauwstructuur vorm van de baard S-f factor violet co-dominant
Mutatiefactor: S-f = form of the barb (Engels) = baardvorm. The baard is veel breder dan normaal. Er is plaats voor een heleboel medulla cellen met een spons zone (diepte 0,006 micron) en een absorberende pigmentlaag. Het reflecterend oppervlak van de baaard is veel groter. De baardjes hebben een geringe pigmentatie. Al deze kleur elementen resulteren in een sterke intensivering van de violet kleur. De vererving is co-dominant, de s factor op het ene chromosoom en de f factor op het andere chromosoom.

Kleur varieteit: De violet kleur is slechts zichtbaar in de blauwserie, niet in de groenserie. Een voorbeeld is de Australische violet grasparkiet. De kleur is helder blauw violet. De intensiteit is het hoogst in de stuit kleur. Er zijn meer violetgroene dan dan zichtbaar violet kleurvarieteiten.

Structuur mutaties:

Licht absorberend medium:

Het accent in bovenstaande pagina's ligt op de classificatie van de mutatiefactoren. Classificatie van kleurvarieteiten in dit schema is eveneens mogelijk. Ik heb slechts enkele voorbeelden gegeven om dit te demonstreren.

Geraadpleegde literatuur:

index menu classificatie melanine factoren

Copyright 2005 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@bourkes-parakeet.nl

10-03-2005