Kruistabel 45: ino-opaline

combinatie lutino en opaline kleurvariëteit

vererving dubbel geslachtsgebonden

Eerste jaar: Combinatie van een ino pop met een rose opaline man.

paar pop 1
ino
(i)
man 1
opaline
(o)
1-0 wildkleur ( /i/o)
0-1 opaline (o)

Het uitgangspunt om lutino en opaline te koppelen is het idee, dat de spreiding en intensiteit van het rode pigment wordt gestimuleerd door de M-d (melanine distributie) factor. Vanuit deze gedachte lijkt de beste aanpak te zijn de combinatie van de rose opaline en de lutino kleurvariëteit. Dit is niet eenvouding omdat het om twee geslachtsgebonden factoren gaat. Crossing over is de enige mogelijkheid om de twee mutatiefactoren te combineren op hetzelfde chromosoom.

Resultaat: Dubbel split man: Wildkleur, split ino, split opaline. De pop heeft geen split factoren.


Tweede jaar: Combinatie van de dubbel split man en drie verschillende poppen: lutino, opaline en wildkleur

paar pop 1
0-1 ino
(i)
pop 2
0-1 opaline
(o)
pop 3
0-1 wildkleur
(-)
man 1
wildkleur ( /i/o)
1-0 ino (i/o)
1-0 ino (i)
1-0 wildkleur ( /i/o)
1-0 wildkleur ( /io)*
0-1 ino (i)
0-1 opaline (o)
0-1 ino (io)*

0-1 wildkleur (-)

1-0 opaline (o/i)
1-0 opaline (o)
1-0 wildkleur ( /i/o)
1-0 wildkleur ( /io)*
0-1 opaline (o)
0-1 ino (i)
0-1 ino (io)*

0-1 wildkleur (-)

1-0 wildkleur ( /i/o)
1-0 wildkleur ( /i)
1-0 wildkleur ( /o)
1-0 wildkleur (-)
0-1 ino (i)
0-1 opaline (o)
0-1 ino (io)*

0-1 wildkleur (-)

Resultaat: In het tweede jaar is crossing over mogelijk bij alle drie paren. Het percentage is gering: ca. 14 procent. Elk van de drie combinaties kunnen 7 % ino poppen en 7 % wildkleur mannen geven met gekoppelde factoren (io). Het probleem van deze uitkomsten is, dat we de vogels met een gekoppelde factor (io) niet op het oog kunnen selecteren omdat er uiterlijk geen verschil is. We zullen dus moeten experimenteren om uit te vinden welke vogels de gekoppelde factor hebben.

Nu moeten we het doel voor ogen houden. De kweker wil een koppeling van factoren wil bewerkstelligen en tevens veel rood inbrengen. De keuze voor de combinatie met de rose opaline pop ligt dan voor de hand.


Derde jaar: Gebruik van ino pop (io) en de wildkleur man ( /io) met gekoppelde factoren.

paar pop 1
ino
(io)
man 1
ino
(io)
1-0 ino (io)
0-1 ino (io)
man 2
wildkleur
( /io)
1-0 ino (io)
1-0 wildkleur ( /io)
0-1 ino (io) 0-1 wildkleur (-)

Uit het voorgaande blijkt dat het percentage crossing over gering is en selectie op het oog onmogelijk. In de tabel is dus de ideale situatie geschetst. In de praktijk zullen ook de dubbel split wildkleur mannen en ino poppen gebruikt worden, omdat de genetische aanleg niet duidelijk is. Dit wordt in tabel 45a verder uitgewerkt.

De uitkomst van bovenstaande combinatie is ino mannen en wildkleur mannen met gekoppelde factor en ino poppen met gekoppelde factor. Slechts de vogels met gekoppelde factoren kunnen ino-opaline worden genoemd.

De naam rubino wordt meestal niet afgeleid van de aanwezige mutatie factoren, maar van het rood dat de ino heeft verkregen. Er zijn ino's met zeer veel rood. Toch is bij de beste rubino's meestal is nog een gele band zichtbaar op de vleugel. Het ideaal, een geheel rode vogel met witte vleugelpennen is m.i. nog niet bereikt.

Discussie: We komen nu terug op de opvatting dat het bezit van rood pigment wordt gestimuleerd door de distributie factor van het eumelanine die de opaline kleurvariëteit veroorzaakt. Volgens deze opvatting zullen de vogels met een gekoppelde factor (io) het meeste rood bezitten. Genetisch gezien zijn dit ino-opaline vogels.

Stel dat het anders ligt en de uitbreiding en intensivering van rood pigment onafhankelijk vererft. Dan is het ook mogelijk de intensivering en uitbreiding van rood pigment op andere wijze te bereiken.

1. Bijvoorbeeld door alleen wildkleur te gebruiken. Sommige wildkleur vogels hebben veel rood in de buik en vleugels. Dit is te zien aan de rode omzoming van de vleugel dekveertjes. De ino factor wordt dan niet gekoppeld aan een andere mutatie factor.

2. Of een combinatie van de rose pastel (of rose fallow) en de ino. Hierbij ontstaat een rode ino-pastel. Het laatste is vlugger te bereiken omdat crossing over niet nodig is bij de combinatie van een recessieve factor en een geslachtsgebonden factor. Zelf ben ik de mening toegedaan, dat dit een eenvoudiger weg is om rubino te kweken hoewel hieraan ook bepaalde bezwaren zijn verbonden.

Conclusie: Omdat waarschijnlijk beide wegen zijn bewandeld kan de genetische aanleg van de rode ino , de rubino verschillend zijn.

Om dit zo goed mogelijk weer te geven heb ik de kruistabellen 42 en 42a opgezet.

Afkortingen:

(i )= ino kleurvariëteit, ( /i) = split ino

(o)=opaline, ( /o)= split opaline

( /i/o)= split ino split opaline waarbij de mutatiefactoren op verschillende chromosomen liggen.

(io) gecombineerde ino-opaline, waarbij de mutatiefactoren zijn gekoppeld op een chromosoom

*= crossing over

index menu

Copyright 2004 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@bourkes-parakeet.nl

02-02-2004