Licht cinnamon (W-1)

Beschrijving: De foto toont een lichtbruine Bourke. De kop is rose met een lichtbruine schubtekening. De man toont een lichtblauwe voorhoofdsband. Ook de wangen zijn bruin geschubd. De buik en borst zijn lichtrose. Het rode pigment is meer naar voren gekomen. De golfjes tekening is nauwelijks waarneembaar. De vleugels hebben een lichtbruine schubtekening. Het blauw is zeer licht bleekblauw geworden. De vleugeldekveertjes zijn geel omzoomd. De stuit en staart zijn lichtbruin. De onderstaart dekveren zijn zeer licht blauw. De ogen zijn rood, maar worden bruinrood als de vogel volwassen wordt. De snavel, poten en nagels zijn lichter dan de wildkleur, grijs niet hoornkleurig. Samenvattend kunnen we zeggen dat de cinnamon iets lichter is dan de wildkleur. De kleurverdeling blijft eender.

Naam: Lange tijd werd deze kleurvariëteit in Europa isabel genoemd. Hoewel deze naam goed is ingeburgerd is, is er een doorslaggevend argument om een betere naam te gebruiken. De naam isabel kan alleen gebruikt kan worden bij vogels die twee soorten melanine bezitten, het phaeomelanine en het eumelanine zoals kanaries. Als een van de twee uitvalt door een mutatie spreken we van isabellisme.

Eumelanine en phaeomelanine zijn twee verschillende pigmenten. Eumelanine korrels zijn staafvorming, ze geven zwarte en grijze tinten. Phaeomelanine korrels zijn ovaalvormig, ze geven bruin, roodbruin en geelbruine tinten. Beide pigmenten zijn duidelijk te onderscheiden als men ze probeert op te lossen in zoutzuur. Zwart melanine is zeer moeilijk op te lossen. Men heeft een oplossing nodig van 45%. Phaeomelanine lost heel snel op, zelfs in een zeer verdunde oplossing van 0,2 %. Dit had men al in 1912 geconstateerd (Gortner).

De naam isabel kan alleen maar worden gebruikt bij vogels die beide pigmenten bezitten. Bij de kanarie kunnen we dus een phaeo aantreffen, bij de parkieten nooit. Bij een isabel kanarie is de reductie van het phaeomelanine vrijwel 100% terwijl er wel eumelanine wordt gevormd. Steiner heeft bewezen dat de grasparkiet alleen eumelanine bezit en geen phaeomelanine. Pheomelanine komt nooit bij parkieten voor. Omdat de naam isabel dus al in 1932 op grond van onderzoeks resultaten werd gereserveerd voor vogels met twee verschillende soorten melanine, moeten we voor de parkieten een andere naam vinden. De isabel Bourke wordt nu meestal cinnamon genoemd. Cinnamon (Engels) =kaneelkleurig. De cinnamon mutatie komt voor bij de turquoisine, de splendid en andere parkietensoorten. De vererving van deze mutatiefactor is geslachtsgebonden.

We moeten bij deze naamgeving van de Bourke's kritisch blijven. Neophema en andere parkietensoorten hebben zwart eumelanine. De wildkleur Bourke heeft bruin eumelanine van nature. Voor parkieten met zwart eumelanine geldt dat een mutatie nodig is om bruin te krijgen. Onvoldoende oxidatie van het ruwe materiaal, waaruit de melanine korrels worden gevormd, heeft het gevolg dat de korrels niet meer zwart worden maar bruin. Hierdoor treedt kleurverandering op in het verenpak. Deze verandering van zwarte naar bruine korrels is bij de turquoisine en de splendid zeer opvallend. Het rugdek wordt bruin. Het bruine eumelanine beïnvloedt ook de andere kleuren. De andere kleuren worden bleker. Blauw wordt bleekblauw omdat de kern van de baarden minder licht absorbeert. Rood wordt rose. Geel wordt geelbruin. Ook de oogkleur verandert. Deze wordt in plaats van zwart donkerrood.

De Bourke heeft van nature een aardebruine kleur. Hierin is de Bourke uniek. De Bourke is de enige bruine Australische parkiet. De reden hiervoor is dat bij de wildkleur Bourke de oxidatie van de melanine korrels niet volledig is. Een heel duidelijk kenmerk van de wildvorm Bourke is het bruine melanine pigment. Dit beïnvloedt ook alle andere kleuren. Het blauw wordt bleekblauw. Het rood wordt rose. Het bruine eumelanine is een van de grote verschillen tussen de Bourke en de Neophema. De conclusie moet dan ook zijn dat de wildkleur Bourke in feite al een cinnamon vogel is. Als men de nieuwe kleurvariëteit cinnamon noemt, evenals de kleurvarieteit van de splendid en de turquoisine, betekent dit een miskenning van de eigenschappen van de wildkleur Bourke's parkiet. Toch heeft er zich bij de Bourke ook een mutatie voorgedaan. Deze vererft eveneens geslachtsgebonden. Hoe moeten we de nieuwe kleurvariëteit dan noemen?

Er zijn twee verklaringen mogelijk met betrekking tot de mutatie factor. Een mogelijke verklaring is te vinden in het feit dat er meerdere oxidatie fasen zijn van lichtbruin over donker bruin naar zwart. Het zou dus kunnen zijn dat de mutatie de fase betreft van lichtbruin naar donkerbruin. Als die fase niet wordt doorlopen, omdat een mutatiefactor deze verhindert, wordt de vogel lichter bruin dan de wildkleur. Het is dan een cinnamon mutatie, waarbij een oxidatiefactor de oorzaak is. Een andere mogelijke verklaring is dat er minder eumelanine korrels worden afgezet. Beckmann spreekt over een reductie factor, een vermindering van het aantal melanine korrels. Het kan dus gaan om een oxidatie factor of reductie factor. Een nader onderzoek zou welkom zijn om de mutatiefactor een juiste naam te geven.

In beide gevallen is licht cinnamon Bourke de beste naam voor de kleurvariëteit. De bruine kleur is lichter dan de wildkleur. Cinnamon is een goede typering is van dit bruin. Licht cinnamon omdat de bruine kleur lichter is dan de aardebruine kleur van de wildkleur Bourke. Hiermee wordt ook aangegeven dat er een verschil is met de cinnamon turquoisine en splendid..

Ontwikkeling: Demarest (Limburg) kweekte de eerste licht cinnamon Bourke in 1959. De vererving bleek geslachtsgebonden te zijn. Dit betekent dat vanaf het begin een sterke stam kon worden opgebouwd. De stam werd mede ontwikkeld door Verstraeten, een bekende kweker uit Limburg. Een jaar later werd ook in Engeland deze kleurvariëteit gekweekt door Partridge. Het is jammer dat er vrijwel geen interesse meer is in Europa voor deze kleurvarieteit.

Foto's van enkele Cinnamon (Zimt) Bourke's

Hierbij wil ik de kwekers van wie de foto's afkomstig zijn erg bedanken. De kleurverschillen op de foto's van het verenpak zijn waarschijnlijk terug te voeren op de situatie waar de vogels zijn gefotografeerd. In Europa worden deze vogels nog zelden gekweekt. Ik wil graag contact houden met deze en mischien nog andere kwekers, die deze kleurvariëteit in de voliere hebben. Er vallen bijzonderheden op: Bij de overjarige vogels zijn de ogen donker gekleurd bij de jonge vogels zijn ze rood. Nagels en snavel zijn grijsachtig niet hoornkleurig zoals bij de fallow en pastel.

index menu

Copyright 2004 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@bourkes-parakeet.nl

15-11-2004