Proteïnen

“vakmensen in de bouw, bij nieuwbouw en reparatie”

Genen bepalen de karakteristieke kenmerken van een organisme indirect De genen zijn de bouwplannen. Op basis van de informatie die in de genen ligt opgeslagen worden proteïnen gevormd . En deze bepalen de kenmerken. Ribosomen zijn de "kopieer machines" die de genen kopiëren.

Het tyrosinase is zo’n proteïne. Dit eiwit wordt gemaakt in het lichaam door het kopiëren en vertalen van een gen. Dit gebeurt in ribosomen. Tyrosinase is een van de vele proteïnen. Er zijn zeer veel verschillende proteïnen. Elk heeft zijn eigen functie. De proteïnen regelen alle processen in het lichaam. Ze voeren de bouwplannen uit.

Proteïnen ontstaan op de volgende manier: De eerste stap is het kopiëren van een gen. Drie letterparen worden over geschreven. Voor de ontwikkeling van een proteïne wordt slechts een klein deel van het chromosoom gekopieerd, tijdelijk opgeslagen in RNA en buiten de celkern gebracht. Alleen dat deel van het informatiepakket dat nodig is voor de productie van het proteïne.
De genen kunnen stuk voor stuk worden aan- en uitgezet. Het gen wordt aangezet op het moment dat het nodig is. Bijvoorbeeld voor de productie van tyrosinase in het gegeven voorbeeld. Hiertoe wordt het gen overgeschreven. Daarna wordt het gen weer uitgezet.

Er zijn enkele letterparen die het begin en het eind van een gen markeren. Een start en een stop gen. Het start gen is AUG, het stop gen is UAG, UGA of UAA.
Door kopiëren wordt een tijdelijk molecuul gevormd, het molecuul RNA. Dit molecuul verlaat de celkern waar het DNA is opgeslagen en gaat naar de ribosomen. Daar wordt met behulp van de informatie uit het RNA een bepaald proteïne gemaakt.
Als een gen wordt veranderd door mutatie, verandert dus ook een proteïne dat op basis van de informatie wordt gemaakt.

Verhouding tussen genen en proteïnen

kenmerken van het organisme

Genen beïnvloeden de kenmerken van het organisme niet rechtstreeks. De genen zijn bouwplannen voor eiwitten (proteïnen).Proteïnen worden gevormd op basis van de informatie, die in de genen is opgeslagen. En deze gaan de kenmerken van het organisme bepalen. Proteïnen zijn belangrijk omdat ze vrijwel bij alles wat er in de cel en in het lichaam gebeurt, betrokken zijn.

Enkele voorbeelden:

Proteïnen, die enzymen genaamd worden, ze regelen chemische reacties in het lichaam.

Proteïnen spelen een rol bij de celdeling en de voortplanting. Het DNA polymerase, een proteïne, vormt nieuwe chromosomen.

Proteïnen regelen het transport van chemische stoffen zoals zuurstof. Bloed bevat hemoglobine. Dit is een proteïne. Hemoglobine bevat ijzer atomen die de zuurstof uit de lucht binden tot CO2. De hemoglobine pikt de zuurstof op in de longen en transporteert deze door het hele lichaam Bij vogels werken de longen anders dan bij de mens. De longen worden samengeperst bij elke vliegbeweging en bij elke ontspanning van de spieren stroomt de lucht door de longen naar de luchtzakken en vandaar weer naar buiten. Vergelijk dit met een straaljager motor. Een vogel zal nooit buiten adem raken. De hemoglobine werkt bij de vogel veel efficiënter dan bij de mens. Er wordt veel meer zuurstof gebonden en weer vrij gegeven.

Proteïnen maken dat beweging mogelijk wordt. Spieren zijn samengesteld uit twee proteïnen, die samenwerken door aanspannen en ontspannen.
Botweefsel en veren bestaan uit proteïnen Als een veer volgroeid is verharden de schacht en de baarden zich o.i.v. een proteïne, de keratine.

Proteïnen zijn eiwitten. De bouwstoffen komen uit de voeding. Uit bovenstaande voorbeelden blijkt hoe belangrijk de eiwitten in het voedsel van de vogel zijn. Zaden zijn soms te eenzijdig. Deze behoeven aanvulling met eivoer waaraan diverse zaken zijn toegevoegd.


index menu

Copyright 2004 Bob Fregeres

E-mail: bourkes-parakeet.nl

19-01-2004