Bourke's parkiet

(Neopsephotus Bourkii)

Uitgangspunten van de website

Kweek van kleur variëteiten van de Bourke's parkiet: De Bourke is erg interessant voor de vogel liefhebber. Niet alleen voor de beginner maar speciaal ook voor de ervaren kweker. De Bourke is de enige bruine "grass-parakeet" in Australië. Omdat de Bourke's parkiet zo verschilt van de groene parkieten zoals de Neophema's, in gedrag maar vooral in de kleur eigenschappen, komt de vogel liefhebber vaak voor

Een aparte soort: In deze web site wordt de Bourke gezien als een aparte soort. Dit is een vruchtbaar uitgangspunt in de discussie over bijzondere kleur variëteiten van de Bourke. De wetenschappelijke naam is Neopsephotus Bourkii. Neo (Grieks) = nieuw , psephotus (Grieks) betekent zoiets als mozaïek, ingelegd met steentjes. Hier wordt verwezen naar het speciale kleur patroon op de vleugels, met die kleine bruine dekveertjes, die wit omrand zijn. De Bourke behoort niet tot de Neophema familie. Kruising is niet mogelijk. Er zijn geen hybriden bekend. Al de kleur variëteiten van de Bourke's zijn zuiver.

Veel van de kleur mutaties van de Bourke stammen uit Nederlandse volières en zijn ontwikkeld door Hollandse kwekers. Ik heb de ontwikkeling vanaf het begin meegemaakt en heb er ook actief aan deelgenomen, gedurende ruim dertig jaar. Om een beter overzicht te krijgen over de Bourke's mutaties heb ik een nieuw concept ontwikkeld voor naamgeving, beschrijving, indeling en voorspelling van kleur variëteiten van de Bourke. Het ligt in de bedoeling elke maand enkele nieuwe pagina's aan mijn web site toe te voegen. Ik start hierbij bij de wildkleur Bourke, omdat elke nieuwe variëteit afhankelijk is van de kleur mogelijkheden van de wildkleur.

De Bourke is bijzonder, de wildkleur is bruin als een mus. Men verwacht geen fel rode, gele, blauwe en groene mussen. Maar de bruine Bourke verraste ons met diverse, mooie, interessante kleuren en kleur combinaties.

Het is nu mogelijk de Bourke's parkiet in vijf verschillende kleurseries te kweken. In de zestiger en zeventiger jaren werden de lichtbruine, gele en rose kleur variëteiten ontwikkeld. Maar in de laatste jaren verschenen ook wit en de kleuren blauw en groen, die als niet mogelijk werden gezien.

Deze foto serie toont enkele kleur varieteiten van de Bourke in vijf kleur series. De blauw opaline (B-5), de geel pastel (Y-3), de groen opaline-pastel (G-53), de witte opaline-pastel (W-53), de rood opaline (R-5) en een groen opaline jong (G-5). In deze web site gebruik ik een letter-nummer combinatie, die ik verder op ook gebruik voor foto's, kruis tabellen, beschrijving van kleur variëteiten, informaie over de kweek, combinaties van mutatie factoren, enz. De beschrijving van bovenstaande kleurvariëteiten komen in volgende pagina's.


Uitgangspunten van de website

1. De wildkleur Bourke

Als een vogelliefhebber geïnteresseerd is in de kweek van kleurvariëteiten moet hij starten met kennis van de wildvorm. Elke mutatie betekent verandering van de kleurvorming, van pigmenten en veerstructuur. Elke vogelsoort heeft zijn eigen unieke combinatie van erfelijke eigenschappen. De kweker moet de kenmerken van de wildkleur kennen, de kleurverdeling van het verenpak, hoorndelen en ogen. Ook is wat achtergrond kennis van de erfelijkheidsleer noodzakelijk. De Bourke's parkiet is een heel interessante vogelsoort omdat hij heel speciale kenmerken heeft als we hem vergelijken met andere parkietensoorten.

2. Gebruik van heldere termen

Veel kwekers en zelfs schrijvers gebruiken de term "mutaties" als ze kleurvariëteiten bedoelen of mutatie factoren. Dit veroorzaakt veel verwarring omdat mutatie, mutatiefactor en kleurvariëteit heel verschillende begrippen zijn.

Een mutatie is een spontane verandering van een gen tijdens het proces van celdeling, die wordt overgedragen op het nageslacht. Een mutatie is een een verandering van het DNA. Het blijvend resultaat van de fout in het kopieer proces is een veranderd gen. We noemen dit een mutatiefactor. Een kleurvariëteit is een nieuw uiterlijk van de soort. Een kleurvariëteit is een veranderd phenotype. Een kleurvariëteit is gebaseerd op een mutatiefactor (veranderd gen) in combinatie met de andere (niet veranderde) genen van de soort. De som van alle erfelijke eigenschappen wordt het genotype genoemd. Bij een kleurvariëteit is dus het genotype veranderd.

Een belangrijk uitgangspunt is het gebruik van heldere concepten, het gebruik van zo min mogelijk vakjargon en verklaring als het gebruik van wetenschappelijke begrippen onvermijdelijk is.

3. Gebruik van gewone en wetenschappelijke namen in de avicultuur

Er zijn twee soorten namen voor vogelsoorten en variëteiten van vogelsoorten. Gewone of locale namen en wetenschappelijke namen. Een gewone naam is een beschrijvende naam. Het gaat hierbij om uiterlijke kenmerken. De gewone namen worden gewoonlijk gegeven door de kweker, die de nieuwe kleurvariëteit ontwikkelde. Veel van die namen zijn kleurnamen. De gewone naam is een typering waarbij de verschillen met de wildkleur of andere variëteiten van dezelfde soort duidelijk worden aangegeven. Zo'n naam wordt gegeven in de taal van het land van herkomst.

Een wetenschappelijke naam voor kleurveranderingen moet een verklarende naam zijn. Zo'n naam geeft de oorzaak aan van de verandering in de vorming van pigment of veerstructuur die in de mutatie is opgetreden. Een wetenschappelijke naam moet zijn gebaseerd op onderzoek. Lang geleden waren Latijn en Grieks de talen van de wetenschap. Nu heeft het Engels die rol meestal overgenomen. De gewone naam vervult een belangrijke rol in de praktijk. We kunnen die niet missen. De wetenschappelijke naam vervult heel andere functies, zoals classificatie etc. Een van die functies is de rol die zo'n Engelse naam kan spelen in de internationale communicatie.

4. Een nieuwe wetenschappelijke methode voor de ontwikkeling van wetenschappelijke namen voor variëteiten

4.1. Taylor en zijn navolgers gebruiken een traditionele wetenschappelijke methode die gebruikt dient te worden als een gen alleen bekend is op grond van een nieuwe variëteit. Deze naam verwijst naar het uiterlijk. In deze methode worden de gewone namen tevens gebruikt als wetenschappelijke namen. Dit is een werkwijze, die vele beperkingen. oplevert. De namen zijn niet systematisch ontwikkeld. Het zijn gewone locale namen. De meeste zijn kleurnamen. De namen voor parkiet variëteiten worden ontleend aan de namen van de grasparkiet. Omdat de ze vogelsoort als model wordt gebruikt ontstaan er problemen met parkietensoorten, die niet dezelfde genetische aanleg hebben, zoals de Rose kakatoe (rood pigment , geen blauwstructuur) , de Bourke's parkiet en de valkparkiet. Dit probleem betreft zeker ook vogels die tot een andere orde behoren zoals de kanarie en de Goulsamadine. Deze methode kan niet worden gebruikt voor classificatie van parallel mutaties, die niet beperkt blijft tot een genus, familie of orde.

4.2. In deze publicatie wordt een nieuwe wetenschappelijke methode gebruikt, die is gebaseerd op het trinominale systeem. De naam moet verwijzen naar de oorzaak van de kleurverandering, de wijziging van het het pigment en veerstructuur formatie proces. Deze methode van naamgeving is gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek. Dit systeem kan worden gebruikt voor variëteiten in alle vogelsoorten. De methode is geschikt voor alle wetenschappelijke doelen, zoals classificatie van parallel mutaties.

4.3. Wat houdt dit trinominaal systeem in? Alle vogelsoorten hebben een dubbele, binominale wetenschappelijke naam. Dit een Latijnse of Griekse naam. De wetenschappelijke naam van de Bourke's is: Neopsephotus bourkii. De wetenschappelijke naam van de lutino kleurvariëteit wordt verkregen door achter die dubbele naam, een naam toe te voegen, die tussen haakjes geplaatst. De naam van de lutino Bourke wordt dan: Neopsephotus bourkii (M-t+) Het derde deel van de naam is weergegeven als lettercode. M = melanin, t+ = tyrosinase positive. Dit betekent dat de verandering die plaats vond in het verenpak te wijten is aan een verhoogde activiteit van het enzym tyrosinase. Deze verklaring is gebaseerd op onderzoek van Mutavi. Als een variëteit ontstaat als een combinatie van meer factoren, dan wordt de naam ook toegevoegd tussen haken. Bijv. Een opaline fallow Bourke's parkiet wordt aangeduid door: Neopsephotus bourkii (M-di, M-a) Dit betekent dat er twee oorzaken zijn, een veranderde distributie van melanine (M-di) en een vermindering van de hoeveelheid melanine (M-a) A =amount (Engels). Voor de toevoeging van oorzaken van verandering worden steeds Engelse termen gebruikt. Omdat er slechts een beperkt aantal mutatie factoren zijn opgetreden bij parkietachtigen (ca. 30) is het hele systeem van naamgeving zeer eenvoudig te hanteren. Ik ontwikkelde een overzicht van alle codes.

5. Classificatie van alle Bourke's variëteiten

5.1. De kleur elementen van de Bourke's en de grasparkiet zijn verschillend. De Bourke's behoort tot een geslacht dat slechts een vertegenwoordiger kent. We noemen dit een monotypische genus. Het verenpak van de Bourke's wordt gekleurd door pigmenten en veerstructuur. De Bourke heeft bruin eumelanine pigment. Hiermee is hij de enige uitzondering bij alle parkietensoorten, die zwart eumelanine hebben. De Bourke's heeft rood en geel psittacine pigment. Bij de grasparkiet ontbreekt het rode pigment. Vroeger dacht men dat geel en rood alleen verschilden in de hoeveelheid psittacine. Het gat echter om twee kleurpigmenten met een verschillende chemische samenstelling. De Bourke's heeft slechts een beperkt deel veren van het structurele type. Het grootste deel zijn veren zonder blauwstructuur. De kleur groen en geel komen in de wildkleur Bourke niet voor. In elk van de pigmenten en de veerstructuur kunnen veranderingen optreden door genetische veranderingen in het formatie proces,

5.2. Ik ontwikkelde een matrix met twee ingangen. In de eerste verticale kolom zijn de veranderingen in het melanine aangegeven (M-factoren). In de bovenste rij plaatst ik de veranderingen in de pigmentvorming en de veerstructuur. Elke kleurvariëteit kan worden geplaatst in deze matrix op basis van de referentiekleur, wit/bruin (W) , rood (R), geel (Y), blauw(B), groen(G) en violet (V). DE matrix geeft overzicht over alle kleurvariëteiten en mutatiefactoren. Met zo'n matrix kunnen voorspellingen worden gedaan over variëteiten, die nog kunnen ontstaan.

PS. Het eumelanine is in de kolom geplaatst omdat dit meest belangrijke pigment is, dat bij alle vogelsoorten voorkomt.

6. Een classificatie model voor parallel mutaties bij parkieten en andere vogelsoorten

Een classificatie van alle bekende mutatie factoren is ontwikkeld op basis van het werk van Steiner, een van de meest belangrijke voorlopers van onderzoek en systematische ontwikkeling van variëteiten van de grasparkiet. Deze classificatie kan eenvoudig worden uitgebreid als nieuwe mutaties zich ontwikkelen. Deze classificatie is niet beperkt tot een vogelsoort, geslacht, familie of orde maar kan in principe gebruikt worden voor alle mutatie factoren in alle soorten.

7. Presentatie van belangrijke hulpmiddelen voor de kweker.

Informatie met betrekking tot de wildkleur en alle kleurvariëteiten, werkwijze voor naamgeving, foto's van elke kleurvariëteit, kruistabellen voor het samenstellen van paren en voorspelling van uitkomsten, checklists voor kwaliteit management, case studies van variëteiten en basis kennis met betrekking tot erfelijkheidsleer. Te samen vorm dit een compleet overzicht van alle aspecten van de Bourke's kweek.

De meeste uitgangspunten die in deze publicatie worden gehanteerd zijn nieuw en vormen een try out voor de vernieuwing van kennis en praktijk van vogelkweek in het algemeen en de Bourke's in het bijzonder. De web site heb ik ontwikkeld op basis van dertig jaar kweekervaring en studie. Mijn devies is dat praktijk en studie hand in hand moeten gaan. Het ontwikkelen van kleurvariëteiten is een van de meest interessante hobby's die er zijn. Ik werd verrast door de vele positieve, spontane en bemoedigende E-mails die ik in de loop van de tijd heb gekregen van over de hele wereld, tot aan Korea, China, Nigeria en Australië toe.


Copyright 2007 Bob Fregeres

index inhoudsopgave

08-10-2007