Vergelijking van de rubino en de gezoomde Bourke's

1. Ik maakte deze foto om verschillen en overeenkomsten tussen twee variëteiten van de Bourke's parkiet, de gezoomde (l) en de rubino (R) te vergelijken. Deze gezoomde is een combinatie van gezoomd en de rose opaline. De rubino is een combinatie van de lutino en de rose opaline.

De eerste globale impressie is dat er tussen beiden een grote overeenkomst bestaat. De intensiviteit van de pigmenten en de verdeling van rood en geel pigment zijn vrijwel gelijk. Het globale verschil tussen beide variëteiten is de aanwezigheid van een restant aan eumelanine bij de gezoomde en het ontbreken van het eumelanine bij de rubino.

2. Het eumelanine pigment in deze gezoomde wordt gevonden in de schedel, de wangen en de tips van de lange vleugelveren. De kleur van nagels en snavel is grijs. De ogen zijn donker. De hoeveelheid eumelanine in de gezoomde variëteit kan variëren Het voornaamste kenmerk van de sterk gezoomde variëteit, waarbij het meeste eumelanine is verdwenen, is de donkere veerpunten Het voornaamste kenmerk van de weinig gezoomde variëteit is de fijne grijze streepjes in de buitenste vleugelveren. Deze streepjes ontstaan door een restant van eumelanine in de veerschacht en de kern van de baarden. Op de foto zien we dat de psittacine pigmenten de kleur van het verenpak domineren. Er is een heleboel geel en rood pigment. De overgang van rood naar geel is niet scherp. In de rode bovenrug zien we ook gele veren. In de gele staartdekveren zien we rode veren. Vergeleken met de oorspronkelijke verdeling van pigmenten in de wildkleur Bourke zien we een sterke uitbreiding van psittacine pigmenten. .

3. De rubino pop heeft geen eumelanine in het verenpak en de hoorndelen. De snavel is hoornkleurig, de nagels zijn wit. De ogen zijn rood. De vleugel rand is wit. Hierlangs is een gele band te zien van vleugeldekveertjes. In de staartveren, die geen eumelanine hebben, is wat rood pigment te zien. Als we de spreiding van het psittacine pigment vergelijken met gezoomde zien we dat de kleur van de kop anders is. Het rode pigment is niet vermengd met bruin eumelanine. Ook de primaire vleugelveren zijn verschillend. Ze zijn wit. De rode en gele kleur van de rug zijn van eenzelfde intensiviteit in beide variëteiten. Vergeleken met de gezoomde man heeft de rubino pop meer rood pigment in de wangen, de onderrug en de staart. Er is eenzelfde verdeling van rood en geel. Als we het pigment bezit van de rubino vergelijken met het pigment bezit van de originele wildkleur is er sprake van extensie van psittacine pigmenten in de rug, de stuit en de staart.

4. Dit is een kop studie van de gezoomde variëteit. De golfjestekening op de kopen nek is duidelijk zichtbaar. Opmerkelijk is de verdwijning van de blauwe frontale band op de kop. Dit zien we ook bij de opaline variëteit. De wangen zijn grijs.

5. Dit is een kop studie van de rubino pop. De schedel heeft rood pigment. De wangen zijn vrijwel wit. De ogen zijn rood.

Conclusie: De twee variëteiten hebben veel gemeen. Het verschil is het restand aan eumelanine bij de gezoomde en het totaal verlies van melanine bij de rubino.

Invloed van de rose opaline variëteit op de combinatie: De voorhoofdsband is verdwenen, zoals bij vele opalinen.

Vraag: Wordt de extensie van de psittacine pigmenten veroorzaakt door de distributie factor van de opaline variëteit? Het antwoord is nee! De opaline variëteit verscheen enkele jaren na de eerste gezoomde Bourke. De rode en gele pigmenten waren toen reeds verspreid in het gehele verenpak. Ik maakte foto's van de allereerste gezoomde Bourke, die in 1967 werd geboren en die ik kocht van Beurskens. Deze man had een gele rug vermengd met rode veren. Ik kocht van Beurskens tevens een gele pop, die geel was in het hele rugdek en de vleugels. De staart was zilvergrijs. Deze pop werd geboren uit dezelfde grootouders als de man. We moeten de uitbreiding van het psittacine pigment dus niet zoeken bij de opaline, maar elders.

De extensie in de rugzijde is al heel vroeg begonnen. De eerste mutatie van de Bourke was in 1957: De geel pastel variëteit ontstond. De kweker was J.van den Brink uit Barneveld, die de gele pastel verder ontwikkelde. In de volgende jaren probeerden veel kwekers zo geel mogelijke exemplaren te kweken. Selectie is bij het psittacine pigment goed mogelijk.

De opaline Bourke ontstond in de voliere van Goossens in1972, 15 jaar na de pastel mutatie. Goossens vertelde me dat hij reeds enkele jaren bezig was zo rood mogelijke vogels te kweken, voordat de mutatie zich bij hem voordeed. De conclusie is dat de opaline mutatiefactor alleen invloed heeft op de distributie van melanine. Selectie gedurende vele jaren heeft de uitbreiding van psittacine pigment in het verenpak veroorzaakt.

Conclusie: Door de koppeling van een rose opaline en een lutino wordt meer rood in het verenpak verkregen. Door koppeling van een rose opaline met de geeldek gezoomde wordt eveneens meer rood pigment in het verenpak verkregen. De koppeling van de rose opaline variëteit verandert de verhouding van rood en geel pigment in de rugzijde.. Het effect van de koppeling is in beide variëteiten hetzelfde. De invloed van de melanine mutatiefactor zelf is gering. In de rubino is deze niet zichtbaar. In de gezoomde is de invloed slechts zichtbaar bij weinig gezoomden, het verlies van melanine wordt hierdoor versterkt. Bij sterk gezoomden is de invloed zichtbaar in het ontbreken van de blauwe voorhoofdsband.

index menu

Copyright 2005 Bob Fregeres

E-mail: fregeres@bourkes-parakeet.nl

07-11-2005